WENR14 Grondwateratlas voor bestrijdingsmiddelen

Geplaatst op: 29 maart 2021

Aanleiding van het project

Het ontbreekt in Nederland aan een instrument dat een overzicht geeft van het geheel van alle monitoringsresultaten van bestrijdingsmiddelen in het grondwater. Als gevolg heeft het Ctgb bij de toelatingsbeoordeling van gewasbeschermingsmiddelen onvoldoende toegang tot gegevens over het vóórkomen van bestrijdingsmiddelen in grondwater. In opdracht van het Ministerie van EZ ontwikkelt Alterra in samenwerking met RIVM de atlas voor bestrijdingsmiddelen in het grondwater. De eerste versie van de atlas is primair bedoeld voor gebruik in de toelatings-beoordeling door het Ctgb. Vewin is via de Klankbordgroep betrokken bij dit BO-project en wil graag de monitoringsresultaten van de drinkwaterbedrijven bij het Ctgb leggen. Zij heeft in 2016 een aparte opdracht aan Alterra gegeven om de overdracht van gegevens van waterbedrijven die grondwater gebruiken voor drinkwaterproductie in goede banen te leiden. Acht waterbedrijven participeren in dit Vewin-project. De overdracht van gegevens gaat gepaard met intensieve samenwerking tussen de waterbedrijven en de ontwikkelaars van de atlas. De systemen voor opslag en beheer van gegevens verschillen per waterbedrijf en zijn nog niet eerder op deze manier met elkaar gecombineerd. De ontwikkelaars van de atlas zijn verantwoordelijk voor het bewaken van de kwaliteit en de consistentie van het geheel van alle gegevens in de atlas. Zodra de eerste versie van de atlas in gebruik is genomen komt de vraag hoe het instrument up to date kan blijven. Om hierin te kunnen voorzien is een aanvulling op het Vewin-project nodig. Dit projectvoorstel levert een aantal aanvullende producten voor de waterbedrijven die als bronhouder in de toekomst gegevens willen leveren voor de atlas.

Doel van het project

Vewin en de waterbedrijven hebben de wens uitgesproken dat periodieke updates van de atlas in de toekomst beduidend minder kosten met zich meebrengen dan de eerste overdracht van meetnetgegevens en resultaten. Zij zien het Vewin-project vooral als een éénmalige investering. Het doel van de samenwerking is om de overdracht van gegevens van waterbedrijven naar de atlas te borgen en om een efficiënt verloop van dit proces mogelijk te maken. Het tweede doel is om de bekendheid van het instrument buiten de drinkwatersector te vergroten.
Dit onderzoek draagt direct bij aan de beleidsdoelen om de kwaliteit van het grondwater duurzaam te beschermen en om een breed middelenpakket voor de land- en tuinbouw te behouden. Het gebruik van een hoogwaardig instrument als deze grondwateratlas in de toelatingsbeoordeling leidt op de lange termijn tot minder sluitingen van kwetsbare winningen en indirect tot minder gebruik van oppervlaktewater voor de productie van drinkwater. Uiteindelijk draagt dit onderzoek bij aan een betere kwaliteit van zowel grond- als oppervlaktewater.

Omschrijving van de activiteiten

Het project heeft geresulteerd in een protocol en een tool voor gebruik door de bronhouders. In het protocol wordt de werkwijze beschreven om de gegevens die afkomstig zijn uit de systemen van de waterbedrijven (en van de laboratoria waarmee deze bedrijven samenwerken) te bewerken, zodat deze voldoen aan de specificaties van de Grondwateratlas. Per bronhouder is vastgelegd welke keuzes zijn gemaakt bij het selecteren van meetlocaties, meetrondes en parameters/stoffen. De bronhouders hebben de beschikking gekregen over de GWA Input Validator die dient als hulpmiddel bij de technische validatie en als tijdelijke opslag van over te dragen gegevens.
Toekomstige updates leiden tot de release van nieuwe database versies. WENR draagt hierbij verantwoordelijkheid voor de bewaking van de kwaliteit en de consistentie van het geheel van alle gegevens in de Grondwateratlas. Ook de GWA Input Validator valt onder het versiebeheer van de Grondwateratlas.

Verwachte resultaten

Het TKI-project was een aanvulling op het Vewin-project. Het heeft geleid tot de volgende resultaten;
1. Een protocol voor de reguliere overdracht van gegevens van waterbedrijven naar de Grondwateratlas voor bestrijdingsmiddelen (http://edepot.wur.nl/459983)
2. Een tool voor de bronhouder om bij updates nieuwe en/of aanvullende gegevens te valideren. Met deze GWA Input Validator kan de bronhouder zelf de geldigheid van de gegevens toetsen aan de hand van het protocol.
3. Een artikel in H2O over de eerste versie van de Grondwateratlas voor bestrijdingsmiddelen (https://www.h2owaternetwerk.nl/images/H2O-Online_170830_Grondwateratlas.pdf).

Innovativiteit

De Grondwateratlas voor bestrijdingsmiddelen geeft een actueel beeld van het vóórkomen van werkzame stoffen en afbraakproducten van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Na publicatie van dit instrument is een nieuw BO-project gestart voor de ontwikkeling van een methodiek voor het gebruik van de meetresultaten in de Grondwateratlas in de beoordeling van het uitspoelingsrisico door het Ctgb. In potentie is de Grondwateratlas ook voor andere beleidsdoelen te gebruiken, zoals het afleiden van trends in het kader van de evaluatie van het duurzaam gewasbeschermingsbeleid, KRW-rapportages, en besluitvorming over monitoringprogramma’s. In de toekomst zijn er mogelijkheden om aan te sluiten bij de basisregistratie voor de ondergrond/BRO en om te voorzien in de vraag naar varianten voor de meetresultaten van andere stofgroepen in het grondwater die (deels) van dezelfde meetnetten afkomstig zijn (nitraat, veterinaire stoffen).

Valorisatie

Dit onderzoek en de samenwerking tussen Vewin en WENR waren specifiek gericht op het borgen van een routinematige update van de Grondwateratlas. In aanvulling op het initiatief tot het BO-project en het Vewin-project leidt dit onderzoek tot een blijvende betrokkenheid van WENR bij de ondersteuning van het beleid ter bescherming van de drinkwaterfunctie van het grondwater. Op de lange termijn kan dit leiden tot minder sluitingen van kwetsbare winningen en indirect tot minder gebruik van oppervlaktewater voor de productie van drinkwater. De Grondwateratlas maakte het mogelijk om het gebruik van meetresultaten in de toelatingsbeoordeling te verbeteren en kan hiermee bijdragen aan het behoud van een breed middelenpakket voor de land- en tuinbouw.