WENR11 Toepassing Landschapsleutel bosbouw en natuur

Geplaatst op: 29 maart 2021

Aanleiding van het project

De Landschapsleutel is een methode om op basis van geomorfologische en bodemkundige kennis de landschapsecologische positie van een (toekomstig) natuurterrein te bepalen en de realisatiekansen voor natuur af te leiden. Hiervoor is een aantal tools in ontwikkeling. Deze methode is toegepast in een bodem- en grondwatertrappenkartering in een deel van het landgoed Twickel (ca 290 ha) met als doel de geschiktheid voor bosbouw en de realisatiekansen voor natuur te bepalen. Voor deze kartering en vergelijkbare karteringen in de toekomst is behoefte aan het doorontwikkelen van de gebruikte methoden en tools en aan de integratie van de bosbouwgeschiktheidsbeoordeling in de methode van de landschapsleutel.

Doel van het project

Het project bestond uit twee delen:
1. Bodemkartering, geschiktheid voor bosbouw en natuurpotenties in een gedeelte van het landgoed Twickel. Dit deel is gefinancierd door Stichting Twickel, de resultaten zijn opgenomen in een WENR-rapport;
2. Verdere ontwikkeling en toepassing van de Landschapsleutel voor dit soort karteringen. Voor dit deel is de TKI toeslag gebruikt. In het TKI-deel is gewerkt aan het verder toepasbaar maken van methoden van de Landschapsleutel. Diverse tools voor het afleiden van de landschappelijke bodemkaart en de interpretatie voor bodemgeschiktheid voor bosbouw en realisatiekansen voor natuur zijn ontwikkeld of verder doorontwikkeld. Sindsdien wordt hier ook binnen andere projecten aan doorgewerkt.

Omschrijving van de activiteiten

Het doel van dit project was het verder ontwikkelen van de tools en werkwijzen zoals deze ontwikkeld zijn voor de Landshapsleutel en de daarvan afgeleide Landschappelijke Bodemkaarten. Hiermee kunnen karteringen van bodem en grondwaterdynamiek beter vertaald worden naar geschiktheid voor bosbouw en natuurpotenties. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de thema’s ‘ecologisch ontwerpen’ en ‘duurzame aanleg, beheer en onderhoud’ in het TKI-water programma.
Om dit te bereiken zijn de interpretatiemethoden verder uitgewerkt:
– Vertaling naar de Landschappelijke bodemkaart met Fysisch-Geografische eenheden;
– Integratie van de huidige hydrologie in Fysiotopen (combinatie van FG-eenheid met vochtklassen);
– Bepalen variatie in (hydrologische) standplaatskenmerken en beoodelingsfactoren ‘ontwateringstoestand’ en ‘vochtleverend vermogen’ op basis van kenmerken in boringen en het reliëf binnen kaartvlakken;
– Nieuwe methode om de realisatiekansen voor doeltypen (SNL-beheertypen of N2000-habitattypen) af te leiden uit affiniteit van die doeltypen voor de Fysisch-Geografische eenheden en de abiotische randvoorwaarden die daarbij horen;
o De affiniteit wordt bepaald door te vergelijken welk deel van de kenmerkende plantengemeenschappen van elk doeltype overeenkomt met de potentiele vegetaties voor de FG-eenheid;
o De realisatiekansen volgen dan uit de mate van overlap tussen de standplaatskenmerken binnen elk fysiotoop en abiotische randvoorwaarden voor het doeltype.
Met deze methoden is het beter mogelijk om op een reproduceerbare, onderbouwde manier uitspraken te doen over de bodemgeschiktheid voor bosbouw en realisatiekansen voor natuur. Waarbij deze analyse gestoeld is in een Fysisch-Geografisch onderbouwde ‘Landschapsecologische Systeem Analyse’ (LESA) waarin de landschapsecologische positie van het gebied en de interne structuur wordt beschreven.
Voor het afleiden van de bovengenoemde methoden hebben wij een aantal tools ontwikkeld of doorontwikkeld met het doel om de analyses efficiënter en op reproduceerbare wijze te kunnen uitvoeren:
– Binnen ArcGIS is een aantal scripts en modellen ontwikkeld om de benodigde gisanalyses (kaartoverlays, afleiden variatie in maaiveldhoogte, presentatie in kaartvorm etc.) uit te voeren;
– Binnen Excel (VBA) zijn scripts ontwikkeld om de benodigde interpretaties uit te voeren:
o Afleiden van Landschappelijke bodemkaart uit geomorfologische kaart en bodemkaart;
o Afleiden fysiotopen uit FG-eenheden, grondwatertrappenkaart, boorbeschrijvingen en variatie maaiveldhoogte;
o Afleiden geschiktheidsbeoordeling bosbouw;
o Afleiden realisatiekansen voor natuur;
o Presentatie resultaten in tabellen voor rapport en invoer voor ArcGIS voor presentatie in kaartvorm.

Verwachte resultaten

Het resultaat van de kartering (privaat deel) bestaat uit kaarten van bodem, grondwatertrappen, bosbouwgeschiktheid en realisatiekansen voor natuur voor een deel van Landgoed Twickel en een beschrijving van methoden en resultaten in het WENR-rapport ‘Bodemkartering van een deel van Landgoed Twickel; Kartering bodem en grondwatertrappen met beoordeling bosbouwgeschiktheid en natuurpotentie’ te downloaden op https://wur.on.worldcat.org/oclc/1019805380
Het projectresultaat voor het TKI-deel bestaat uit een samenhangende set offline tools voor de beoordeling van standplaatsen voor bosbouw (groeiverwachting, stevigheid bovengrond) en natuurpotenties. Hiermee kunnen vergelijkbare projecten in de toekomst sneller en efficiënter uitgevoerd worden.
De uitgevoerde kartering van een deel van het Landgoed Twickel was mede bedoeld als een pilot om de bruikbaarheid van de gebruikte methoden en de resultaten ervan te toetsen. Inmiddels zijn de methoden in een groot aantal vergelijkbare onderzoeken toegepast en verder doorontwikkeld.

Innovativiteit

De methoden die gebruikt zijn om geomorfologische- en bodemkaarten te interpreteren voor de beoordeling van potenties voor natuur en te toetsen aan de actuele situatie van o.a. de grondwaterdynamiek zijn beschreven in het rapport bij de eerste versie van de Landschapsleutel (Kemmers et al, 2011) en gedeeltelijk beschikbaar in de online tool van de Landschapsleutel (Van Delft et al 2015). Deze methoden zijn eerder al wel gebruikt in gebiedsstudies waar de realisatiekansen voor natuur beoordeeld moesten worden, waarbij voorheen vooral gewerkt is met ‘ad hoc’ methoden (o.a. Van Delft 2014, Van Delft & De Waal 2015). Met het TKI-deel van dit project zijn deze methoden verder gestroomlijnd en doorontwikkeld. Dit proces is, in het kader van andere projecten, nog steeds gaande waarbij de tools gaandeweg worden omgezet naar één programmeeromgeving (R) waardoor deze beter op elkaar aansluiten en minder gevoelig zijn voor veranderingen in nieuwe versies van ArcGIS en Excel. Het laatste is een belangrijk probleem waar tools die in een dergelijke omgeving ontwikkeld zijn erg gevoelig voor zijn. Onderstaande literatuurlijst geeft een indruk van de projecten waarin de tools gebruikt zijn.
De beoordeling van de geschiktheid voor bosbouw is in de jaren ’70 en ’80 van de 20e eeuw veelvuldig toegepast voor karteringen van boswachterijen van Staatsbosbeheer (o.a. Van Delft & Maas 1988). De beoordeling werd geheel ‘handmatig’ uitgevoerd volgens de zogenaamde WIB-C methode (Ten Cate et al. 1995). Vanwege de hernieuwde belangstelling voor houtproductie in het bosbeheer is deze methode hier opnieuw gebruikt en aangepast aan de huidige kennis. Een begin daarmee is gemaakt bij een studie over de duurzaamheid van houtoogst op Nederlandse bosgroeiplaatsen (Bonten et al. 2015). De methoden zijn verder uitgewerkt en er zijn tools ontwikkeld om de beoordeling sneller en efficiënter uit te kunnen voeren. Deze methoden en tools zijn geïntegreerd met de Landschapsleutel.

Valorisatie

– De ontwikkelde methoden en de resultaten voor Landgoed Twickel zijn beschreven in het WENR-Rapport ‘Bodemkartering van een deel van Landgoed Twickel; Kartering bodem en grondwatertrappen met beoordeling bosbouwgeschiktheid en natuurpotentie’.
– De ontwikkelde Tools zijn (nog) niet geschikt voor brede verspreiding, maar ondergaan voortdurende verbetering en worden veelvuldig toegepast in gebiedsstudies van WENR
Literatuur
Bonten, L. T. C., R. J. Bijlsma, S. P. J. v. Delft, J. J. d. Jong, J. H. Spijker & W. d. Vries, 2015. Houtoogst en bodemvruchtbaarheid; Een modelstudie naar duurzaamheid van houtoogst op Nederlandse bosgroeiplaatsen. Wageningen, Alterra Wageningen UR. Alterra-rapport 2618.

Bijlsma, R.J., Van Delft, S. P. J., Loeb, R & Bobbink, R., 2020. Kansen voor oude droge heide in het heidelandschap (OBN 2017-88-DZ). Driebergen, VBNE. OBN rapport CONCEPT. 77 p.

Bijlsma, R.J., Van Delft, S. P. J. & Jong, J.J. de, 2020. Natura 2000-habitattypen droge bossen in Drenthe; Onderzoek naar de kwaliteit van bodem, vegetatie en stamhout van eik in oude bossen. Wageningen, Wageningen Environmental Research. WENR Rapport CONCEPT. 104 p.

Bijlsma, R.J., Van Delft, S. P. J., Jansen, J.A.M., Sierdsema, H & Siepel, H., 2020. Ecologisch beoordelingskader voor herstelprogramma’s Veluwe (Natura 2000). Wageningen-Nijmegen, Wageningen Environmental Research – SOVON – Radboud Universiteit. WENR Rapport CONCEPT. 58 p.

Bijlsma, R.J. & Van Delft, S. P. J., 2018. Naar een natuurlijker kloppend Hart van Drenthe. Wageningen, Wageningen Environmental Research. WENR Nota 29 p.

De Mars, Hans, Possen, Boy, Van Delft, Bas, Weeda, Eddy, Schaminée, Joop & Wallis de Vries, Michiel, 2017. Herstel van de Zuid-Limburgse hellingmoerassen, het Kalkmoeras in het bijzonder. Driebergen, VBNE, Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren. OBN rapport OBN2017/213-HE. 171 p.

Kemmers, R. H., Van Delft, S.P.J., Van Riel, M.C., Hommel, P.W.F.M. , Jansen, A.J.M. , Klaver, B. , Loeb, R. , Runhaar, J. & Smeenge, H. , 2011. Landschapsleutel; Leidraad voor natuurontwikkeling. Wageningen, Alterra, onderdeel van Wageningen UR. Alterra-rapport 2140. 83 p.

Maas, Gilbert, Van Delft, Bas & Mol, Gerben, 2018. Geomorfologische analyse van de Raamvallei. Wageningen, WENR.

Van Delft, S. P. J. , G. J. Maas & R. W. d. Waal. (2015). “De Landschapsleutel OnLine.” 2015, http://landschapsleutel.wur.nl/. Wageningen, Alterra – WageningenUR.

Van Delft, S. P. J. & R. W. d. Waal, 2015. Bodemonderzoek heischraal grasland Drouwenerzand; Ecopedologisch en bodemchemisch onderzoek voor maatregelen tot behoud en verbetering van de kwaliteit van heischraal grasland Wageningen, Alterra-WageningenUR. Alterra-Rapport 2651.

Van Delft, S. P. J., De Waal, R.W., Jansen, P. C., Bijlsma, R.J. & Wegman, R., 2017. Ecohydrologische systeemanalyse Liefstinghsbroek. Wageningen, Wageningen Environmental Research. WENR rapport 2790. 138 p.

Van Delft, S.P.J. , De Groot, W.J.M. & Maas, G. J., 2017. Bodemkartering van een deel van Landgoed Twickel; Kartering bodem en grondwater met beoordeling bosbouwgeschiktheid en natuurpotentie. Wageningen, Wageningen Environmental Research. WEnR-rapport 2857. 114 p.

Van Delft, Bas, Dijk, Pieter & Brouwer, Fokke, 2019. Natuurpotenties Mheenlanden; Potenties voor soortenrijke graslanden op basis van een ecopedologisch en bodemchemisch onderzoek. Wageningen, Wageningen Environmental Research. WENR Rapport 2966. 80 p.

Van Delft, S. P. J., 2018. Natuurpotentie voor enkele percelen Willinks Weust; Aanvullend ecopedologisch en bodemchemisch onderzoek PAS/Natura 2000 Willinks Weust. Wageningen, WENR. WENR-rapport 2913. 72 p.

Van Delft, S. P. J. & Maas, G. J., 2018. LESA Verlengde nevengeul bij Junne. Wageningen, Wageningen Environmental Research (Alterra). WEnR Rapport 2917.van Delft

Link naar projectresultaten…