De aanleg van een nevengeul creëert een extra habitat voor het leven in de rivier. Maar zo’n nevengeul zorgt er ook voor dat de stroming in de vaargeul vertraagt. Het verwachte gevolg: aanzanding en mogelijke hinder voor de scheepvaart. Maar treedt dat effect wel altijd op? En in welke mate? Pepijn van Denderen, onderzoeker bij de Universiteit Twente, ontwikkelde een onderzoeksmethode om hier antwoord op te geven.

Een nevengeul geeft de rivier meer ruimte en kan zo bijdragen aan hoogwaterveiligheid. Daarnaast vormt een nevengeul een extra habitat in de rivier voor vissen en andere soorten. Vanwege dat laatste is de nevengeul een populaire ingreep bij de afdeling ecologie van Rijkswaterstaat Oost-Nederland (RWS ON). Bij de scheepvaart is het enthousiasme een stuk kleiner, want een nevengeul haalt de snelheid uit de hoofdstroom, wat zorgt voor aanzanding van de rivierbodem. De vaargeul wordt daardoor lokaal ondieper, wat schepen kan hinderen.

Kennisleemte

De realisatie van een nevengeul mag de rivier niet zodanig veranderen dat dit hinder oplevert voor andere partijen, zo stelt de Kaderrichtlijn Water. Rijkswaterstaat houdt daarom bij het maken van plannen rekening met mogelijke aanzanding. ‘We kunnen vooraf berekenen hoeveel aanzanding een nevengeul veroorzaakt. Maar of deze effecten daadwerkelijk ook optreden als de geul er is, konden we nog niet vaststellen’, vertelt Emiel Kater, adviseur rivierkunde bij RWS ON.

Luc Jans, adviseur ecologie en collega van Emiel bij de afdeling netwerkontwikkeling en visie, signaleerde de kennisleemte. De vraag ‘kunnen we achterhalen of aanzanding inderdaad optreedt, en in welke mate?’ kwam via het Platform Rivierkennis terecht bij Pepijn van Denderen, onderzoeker bij Marine and Fluvial Systems Department van de Universiteit Twente.

Ruis in de data weghalen

Hoe is Pepijn te werk gegaan? ‘Sinds 2005 zijn elke twee weken metingen gedaan van de bodemhoogte over de gehele lengte van de Waal. Er was dus een flinke dataset beschikbaar. Maar de crux was: hoe halen we de ruis uit de data?’ De variatie in de bodemhoogte wordt immers niet alleen bepaald door nevengeulen, maar ook door factoren als bodemerosie, plaatsvaste vormen bij onder andere kribben en zich verplaatsende duinen op de rivierbodem. Hoe achterhaal je wat de netto invloed van de aanzanding door nevengeulen op de bodemhoogte is? Hiervoor heeft Pepijn een methode ontwikkeld. ‘Met deze methode kunnen we verschillende ‘golven’ onderscheiden in de bodemhoogte. De wijzigingen als gevolg van bodemerosie vinden bijvoorbeeld plaats over de gehele lengte van de rivierarm, en gaan heel geleidelijk. De veranderingen door aanzanding vinden alleen plaats ter hoogte van de nevengeul, en die treden op in een korte tijdspanne, wat een kortere ‘golflengte’ oplevert.’

Resultaten

Pepijn bracht de verschillende ‘golven’ in de bodemhoogtevariatie in kaart, en wist zo de variatie door nevengeulen te onderscheiden van die door andere oorzaken. Zijn conclusies? ‘Er treedt inderdaad aanzanding op bij nevengeulen, in de door Rijkswaterstaat voorspelde mate.’ Maar de aanzanding vormt geen constant laagje, omdat de rivierbodem steeds in beweging is: bij 10 centimeter aanzanding kan de bodemhoogte lokaal zo’n 70 centimeter hoger zijn.
Emiel Kater reageert: ‘We zijn natuurlijk niet blij met die aanzanding, maar wel met de bevestiging dat onze rekenmethodiek aansluit bij wat we in de praktijk zien. Dit helpt bij de belangenafweging die voorafgaat aan de keuze voor of tegen een nevengeul. Ook kunnen we nu beter uitleggen hoe de aanzanding werkt.’ De methode van Pepijn komt daarnaast nog van pas in andere studies. Emiel: ‘De techniek is toepasbaar bij alle onderzoeken naar grootschalige bodemvariatie.’

Contact

Wil je meer weten over het onderzoek en/of de methodiek van Pepijn van Denderen? Je kunt contact met hem opnemen via r.p.vandenderen@utwente.nl.

Innovatie is voor Nederland van essentieel belang. Daarmee behouden we onze toppositie in de wereld en dragen we ook bij aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen zoals CO2 reductie en een toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg. Met deze missiegedreven aanpak kunnen sectoren zich ook verder ontwikkelen. Nederland zet bijvoorbeeld in op ICT-toepassingen in Smart Industry, in windenergie en in slimme zaden voor ontwikkelingslanden. Internationale bekendheid hadden we al met onze wereldberoemde Deltawerken en dat willen we nu verder uitbreiden op meerdere terreinen.

Voor Topsector Water & Maritiem hebben niet alle missies evenveel in- dan wel output. De onderzoekslijnen waar wij als sector ons wel in bewegen zijn:

Op 14 oktober lanceerde Skoon Energy haar online platform – Skoon Cloud – voor het delen van (grootschalige) batterijen. Daarnaast onthulde ze een zelf-ontwikkelde batterijaanhanger. Een plug en play mobiele energievoorziening voor diverse kleinschalige toepassingen. Qua programma koos Skoon voor een creatieve invulling. Naast inhoudelijke toelichting door oprichters Peter Paul van Voorst en Daan Geldermans, gaven Kees Koolen (Koolen Industries), wethouder Barbara Kathmann (Rotterdam) en Reinier van Herel (Damen Shipyards) korte pitches over hun visie op het belang van de energietransitie en de economische impact daarvan.

20 voet zeecontainer

Het team van Skoon verwelkomde ruim 200 gasten in de Schiecentrale (een voormalige kolencentrale) aan de Sint-Jobsweg  in Rotterdam. Na een kort welkomstwoord door Peter Paul van Voorst gaf Daan Geldermans een update over de Skoonbox. De ontwikkeling van deze batterij met een capaciteit van ruim 600 kWh ter grote van een 20 voet zeecontainer bevindt zich in een vergevorderd stadium. De eerste testen zijn veelbelovend en de Skoonbox is binnenkort via de Skoon Cloud te boeken. Ondanks de realisatie van een eigen batterijcontainer benadrukte Geldermans dat de focus van het bedrijf op het softwareplatform ligt. De ervaring van zelf een batterijcontainer ontwikkelen en exploiteren draagt bij aan het optimaliseren van het platform.

Lancering

Het hoogtepunt van de avond was de lancering van Skoon Cloud, gepresenteerd door Van Voorst. Via dit online deelplatform brengt Skoon vraag en aanbod van mobiele batterijen bij elkaar en verbinden ze diverse markten en toepassingen. Zo bieden Greener en Wattsun, twee gerenommeerde batterijpartijen, hun beschikbare batterijen ook aan via de Skoon Cloud. Daarnaast gaan verschillende batterijeigenaren binnenkort het deelplatform gebruiken om een hogere bezettingsgraad voor hun batterijen te realiseren.

Door ook het transport van A naar B te automatiseren en ervoor te zorgen dat de batterij voldoet aan de eisen voor de gevraagde inzet ontzorgt Skoon zowel de aanbieder als eindgebruiker. Dit verhoogt het gebruiksgemak, de toegankelijkheid en rendabele exploitatie van mobiele energie. Zo levert de online marktplaats een tastbare, meetbare en reële bijdrage aan het versnellen van de energietransitie.

Na de lancering gaven Kees Koolen, vergroener, investeerder en partner van Skoon, Barbara Kathmann, wethouder Economie in Rotterdam en Reinier van Herel, Head of Business Innovation and Corporate Venturing – Damen Shipyards, korte elevator pitches over hoe zij tegen de energietransitie aankijken, welke rol Skoon hierin kan spelen en welke economische kansen er door vergroening voor de Nederlandse economie ontstaan.

Trailerbaar

Aan het einde van het programma had Skoon nog een verassing in petto. Met plezier presenteerde het Skoon team de eerste operationele Skoontrailer aan het publiek. Deze toegankelijke kleinere variant van de Skoonbox voorziet in groene energiebehoefte bij kleinere toepassingen. De 1-assige aanhanger heeft een capaciteit van 32,5 kWh en is plug en play. Door het kleine formaat en gewicht mag deze door iedereen met een normaal (B) rijbewijs vervoerd worden. Dat maakt de Skoontrailer interessant voor energiebehoeftes bij klein onderhoud in de bouw, filmsets en bijvoorbeeld foodtrucks. Uiteraard is ook de Skoontrailer via Skoon Cloud te boeken. Kijk op www.skoon.world voor meer informatie.

Foto (vlnr): Peter Paul van Voorst (Skoon Energy), Kees Koolen (Koolen Industries), Reinier van Herel (Damen Shipyards), Daan Geldermans (Skoon Energy).

Bron: topsector water

Uit het co-creatietraject Toekomst Noordersluis dat De Bouwcampus faciliteerde, zijn vijf ideeën ontstaan voor een alternatieve bestemming van de Noordersluis na de ingebruikname van de nieuwe zeesluis in IJmuiden. Tijdens de recente oogstbijeenkomst presenteerden vijf partijen hun idee.  Er is gekeken naar functies van het hele sluizencomplex, breder dan alleen technische oplossingen. De vijf perspectieven zijn verwerkt in de website toekomstnoordersluis.nl.

Oogstbijeenkomst Toekomst Noordersluis

Op dit moment bouwt OpenIJ in opdracht van Rijkswaterstaat de grootste zeesluis ter wereld. De zeesluis vervangt de bijna 100-jarige Noordersluis, die het einde van zijn levensduur nadert. Rijkswaterstaat kan de Noordersluis sluiten nadat de nieuwe zeesluis de taak van de Noordersluis heeft overgenomen. De dichte sluis vormt dan een dijk en een oeververbinding tussen Velsen-Noord en IJmuiden. Maar blijven er met een dichte sluis geen interessante, maatschappelijke kansen liggen? De Bouwcampus faciliteerde een zoektocht naar mogelijke nieuwe functies voor de Noordersluis aan de hand van vier bijeenkomsten waarin respectievelijk het verkennen, verrijken, verdiepen en oogsten van ideeën centraal stond.

Meer invalshoeken
Door de invalshoeken van deskundigen met verschillende achtergronden bij elkaar te brengen, zijn perspectieven naar voren gekomen waar Rijkswaterstaat niet zo snel aan zou denken. Bob Demoet, hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat West-Nederland Noord, sprak tijdens de oogstbijeenkomst zijn dank uit aan alle deelnemers voor hun enorme inzet. “Ik hoopte op invalshoeken vanuit logistiek, maritiem, recreatie en energie en dat is ook gebeurd!” Nynke Sijtma, directeur van De Bouwcampus: ‘Je ziet dat als je op een andere manier probeert na te denken over een vraagstuk, vanuit verschillende hoeken, dat er dan altijd mooie, andere oplossingen uit komen.’

Nieuwe aanpak voor Rijkswaterstaat
Voor Rijkswaterstaat was dit co-creatietraject een nieuwe aanpak en een zoektocht, er is geen stappenplan of procedure vastgelegd. Bij het bedenken van de ideeën gaven zij zo min mogelijk kaders en beperkingen mee. Alle ideeën plus advies over een vervolgtraject biedt Rijkswaterstaat eind 2019 integraal aan het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat aan. Zo inspireren zij het Ministerie om op een andere manier naar de Noordersluis, en andere objecten, te kijken. De opdracht van Rijkswaterstaat is om de waterkering en oeververbinding in stand te houden. Voor alle andere functies zullen zij op zoek moeten gaan naar gezamenlijk opdrachtgeverschap en financierbaarheid. Rijkswaterstaat blijft met de regio in gesprek en zal transparant zijn over de stappen en beslissingen die worden genomen. Begin 2020 staat een terugkomstbijeenkomst gepland om alle belanghebbenden en geïnteresseerden mee te nemen in het vervolg.

De vijf ideeën in het kort

  • WaTERlab: de sluis als bassin om innovaties op het gebied van scheepvaart, sluizenbouw en watermanagement te testen en om de uitwisseling van zout en zoet water te onderzoeken.
  • De Noordersluis Beweegt: als technisch object midden in een duinlandschap kan het een bijzondere plek worden voor recreatie en culturele evenementen.
  • RE-CREATIE: de Noordersluis als ideale ‘flessenhals’ om plastic afval uit het kanaal af te vangen voordat het de zee in zou stromen.
  • BE-Spaarsluis: het opwekken van energie in de waterkolk van de sluis. Daarnaast als overslagpunt voor containers met warmte-energie van Tatasteel en voor het spuien van water.
  •  Sneller, Slimmer en Schoner door de Noordersluis: het behoud van de huidige functie als extra capaciteit. Door het aanbrengen van een derde sluisdeur kan ‘zoutzuiniger’ worden geschut.

Bron: Otar

Bron: topsector water

Laaggelegen kustgebieden zullen vanaf 2050 jaarlijks getroffen worden door extreme gevolgen van de stijgende zeespiegel. Het gaat dan bijvoorbeeld om overstromingen die vroeger maar eens per eeuw voorkwamen. Dit gebeurt zelfs als de uitstoot van broeikasgassen in de komende jaren wordt ingeperkt, schrijven wetenschappers van het VN-klimaatpanel IPCC vandaag in een nieuw rapport.

Het is het eerste verslag van het panel dat alleen over de zeespiegel gaat. Meer dan honderd wetenschappers werkten samen aan het toonaangevende rapport, dat de bevindingen uit bijna zevenduizend recente, wetenschappelijke studies combineert en in Monaco werd gepresenteerd.

Antarctica

Zonder extra maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen af te remmen, zijn de gevolgen van klimaatopwarming ‘zeer verontrustend’, zegt Roderik van de Wal, klimaathoogleraar aan de Universiteit Utrecht en een van de hoofdauteurs van het rapport. In 2100 kan de zeespiegel dan met 1,10 meter zijn gestegen. Dat is 10 centimeter meer dan het IPCC vijf jaar geleden dacht, doordat de ijskap op Antarctica in de afgelopen tien jaar drie keer zo snel kromp als in de tien jaar daarvoor. Op Groenland was dit twee keer zo snel. Ook hebben de oceanen tot nu toe een groot deel van de broeikasgassen en de opwarming van de atmosfeer opgenomen. Dit maakt de oceanen warmer en zuurder, waardoor het water uitzet en de zeespiegel stijgt. Het IPCC schat de stijging nu op 3,66 millimeter per jaar, dat is tweeënhalf keer sneller dan tussen 1900 en 1990.

Geen weg terug

Als gevolg van deze zeespiegelstijging kunnen kuststeden onder water lopen, rivieren opdrogen en kunnen ecosystemen in oceanen ineenstorten door de verzuring. Wereldwijd wonen bijna twee miljard mensen in kustgebieden. Permafrost en gletsjers, een belangrijke waterbron voor een groot deel van de wereldbevolking, smelten. Ook worden de gevolgen van hevige stormen erger, omdat getroffen gebieden sneller overstromen.

Lukt het wel de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en de temperatuurstijging te beperken tot minder dan twee graden, zoals afgesproken in het Parijs-akkoord, dan stijgt het zeewaterpeil tegen het einde van de eeuw met 30 tot 60 centimeter. ‘De grootste versnelling van de stijging verwachten we na 2100’, zegt Van de Wal. ‘Dan is de stijging van de zeespiegel ook meteen zo groot dat het heel erg misgaat. Er is dan geen weg meer terug.’ Als de uitstoot van broeikasgassen niet wordt beperkt, dan kan de zeespiegel in 2300 met meer dan vijf meter zijn gestegen. Het IPCC onderzocht nog niet eerder de gevolgen op zo’n lange termijn.

Migratie

In de komende tientallen jaren heeft de stijgende zeespiegel volgens de hoogleraar vooral effect rond de evenaar. ‘Denk aan Caribische eilanden en delen van Zuid-Amerika en Afrika,’ zegt hij. In de rest van de wereld worden deze gevolgen ook voelbaar door migratie: mensen zullen wegtrekken uit gebieden die onbewoonbaar zijn geworden. ‘Dit is al aan de gang op kleine eilanden, zoals de eilandengroep Tuvalu ten westen van Australië’, zegt Van de Wal.

Verhuizen naar Duitsland

Als de zeespiegel mondiaal stijgt, zal dit natuurlijk ook in Nederland gebeuren. ‘Onze dijken zijn bestand tegen water tot ongeveer vijf meter boven de zeespiegel’, zegt Van de Wal. Maar de hoogleraar waarschuwt voor onze ‘focus op adaptatie’. ‘We praten alleen over de aanpassingen die nodig zijn bij een hogere zeespiegel, over het verhogen van de dijken. Terwijl de enige manier om dit op te lossen het terugdringen van broeikasgassen en het stoppen van klimaatverandering is.’ Dit is moeilijker dan het zoeken naar (lokale) oplossingen voor een zeespiegelstijging, omdat mondiale maatregelen nodig zijn. Maar, nemen we deze maatregelen niet, ‘dan moeten we op termijn bereid zijn om te verhuizen naar Duitsland’.

Bron: FD

Bron: topsector water

Hoe kennis en kunde te verzilveren tot kassa? Daarvoor dient het voorbeeld van het internationale verdienmodel van de Zandmotor. Jaap Flikweert van RoyalHaskoningDHV: “De Zandmotor is een voorbeeld van hoe te komen van kennis naar kunde naar kassa. Maar het laat ook zien dat het niet vanzelf gaat. De Zandmotor bleek een inspirerend voorbeeld voor de Britten, die op zoek waren naar een duurzame manier om een stuk van de kust met zand te beschermen.

Onderzoek door de WUR op de Zandmotor

Wicked problem

De situatie is als volgt: als je bij Hoek van Holland oversteekt, land je op de Britse kust. Die is al sinds de ijstijd aan het eroderen. Op een kritische plek bevinden zich twee dorpen en kritieke infrastructuur (gasterminal). De zeewering staat er op instorten. Als dat gebeurt is die niet te vervangen, zo is besloten. De dorpen zullen dus ooit landinwaarts moeten verplaatsen, maar daarvoor is er geen geld en geen beleid. Een ‘wicked problem’. Na een heftige storm in 2013 groeide de urgentie van de situatie. De kustmarge voor de gasterminal werd toen gehalveerd tot 10 meter. Operator Shell heeft ons toen ingeschakeld om een duurzame oplossing te vinden. De vraag was hoe de Zandmotor zou kunnen werken in de Britse context? Niet alleen technisch, maar ook qua governance en financiering? Uiteindelijk is er gekozen voor een zandige oplossing voor de kust die weliswaar geïnspireerd is door de Zandmotor, maar een stuk minder spectaculair wordt. In de publiek-private samenwerking speelde de businesscase een belangrijke rol om het vertrouwen te winnen van de klant. Van Oord heeft het uitvoeringscontract gewonnen. Over een maand begint de uitvoering, na drie maanden is de zandstrook klaar. Daardoor krijgen de twee dorpen meer tijd om naar oplossingen te zoeken. In de Britse context is het niet gelukt om geld te vinden voor onderzoek en monitoring. Gelukkig wilde de Nederlandse Partners for Water wel investeren in monitoring. Ondertussen gaan wij werken aan een digitale tweeling van de Zandmotor. En we gaan verder met studies om dit concept ook elders in de wereld toepasbaar te kunnen maken.

Paradigma shift in plaats van kaasschaafinnovatie

Conclusie: de Zandmotor wordt vertaald naar de lokale setting, omdat de klant het moet willen kopen. Het concept ‘Zandmotor’, en ook andere nieuwe modellen zoals slimme dijkbekleding, kan ik in Engeland verkopen omdat Nederland heeft geïnvesteerd in ‘radicale innovaties’ in plaats van innovaties die neerkomen op een beetje kaasschaven (want daarvoor zijn in Engeland ook drivers vanuit ‘efficiency’). Nederland kan daadwerkelijk zorgen voor een ‘paradigma shift’ vanwege het grote en erkende maatschappelijk belang van kust- en waterbeheer. Kortom: om ‘kassa’ vanuit export te genereren, moet Nederland blijven investeren in radicale innovaties, en accepteren dat er een risico bestaat dat sommige ideeën niet zullen werken. Dat risico kunnen de meeste andere landen namelijk niet nemen.”

Hoe rinkelt de kassa?

De vraag die opkomt is: wat is nu eigenlijk de kassa van de Zandmotor? Daarop zegt Annemiek Nijhof: “Interessante vraag. Voor het antwoord moet je breder kijken dan het financiële resultaat van marktpartijen zoals de aannemerij en adviesbureaus.. Want veel van de vraagstukken over water gaan over het uitgeven van publiek geld. Het argument om destijds positief te besluiten over de Zandmotor was kostenbesparing op de jaarlijkse dure zandsuppleties die nodig zijn voor het kustfundament. Kortom: het verdienmodel zat niet bij de aannemers, maar lag opgesloten in het feit dat we als BV Nederland veel publiek geld konden besparen met de Zandmotor. Als het gaat om kassa moeten we dus steeds kijken waar de revenuen van onze innovaties terecht komen. En we moeten de assertiviteit ontwikkelen om de rekening neer te leggen daar waar die thuishoort. Vaak is dat diegene die ons algemene belang behartigt.”

 

 

Het is de derde parel uit de Gouden Driehoek.

Bron: topsector water

Op 5 juni 2019 organiseerde Topsector Water & Maritiem (TSWM) de kennisconferentie  “WAT ER IS”. Twee zaken waren de hoofd items op de dag bij Van Oord. Te weten: ‘Wat hebben we afgelopen 7 jaar gepresteerd? en ‘Hoe zou dat in de toekomst beter kunnen?’ Om deze vragen te beantwoorden kwamen verschillende mensen bijeen om in een gearrangeerd café deze zaken te bespreken. Het volle verslag is te lezen in deze ISSUU- publicatie.

Bron: topsector water

‘Hoe maak je grondverzet duurzamer en goedkoper?’, dat was de vraag van de hackaton georganiseerd door het werkteam van Kernteam Deltatechnologie. In 2018 hebben twee ministeries de ambitie uitgesproken om maatregelen te nemen voor ‘toekomstbestendige grote wateren waar hoogwaardige natuur goed samengaan met een krachtige economie’. De maatregelen richten zich op het herstellen van de natuurlijke dynamiek van het water en de ecologische processen. Een voorbeeld hiervan is het verbinden van de Oostvaardersplassen en Lepelaarsplassen met het Markermeer. Voor al deze maatregelen is het nodig om grote hoeveelheden grond te verplaatsen. Grondverzet is duur en leidt tot enorme uitstoot van broeikasgassen. Topsector Water & Maritiem organiseerde medio juni 20019 bij Sweco de hackathon.

Bron: topsector water

Een alumni van de Universiteit Maastricht doet onderzoek naar groene innovatie in Topsector Water & Maritiem. Het thema van dit onderzoek van de United Nations University​ is groene product- en procesinnovatie binnen de Nederlandse topsectoren Chemie en Water & Maritiem. Het tracht te bepalen welke contextuele condities hier een (positieve) invloed op hebben, met een focus op externe factoren. Externe factoren zijn onder andere overheidssteun, cross-sectorale samenwerking, ‘cultuur’ binnen de sector, en dergelijken). Data voor dit onderzoek onder bedrijven in deze sectoren wordt via een survey verzameld (<7 min / NL of ENG). Het is ook mogelijk deze anoniem in te vullen, zonder vermelding van bedrijfsnaam of andere persoonlijke gegevens. Wie helpt om dit onderzoek te voeden? Graag klikken naar de pagina.

Bron: topsector water

Wetenschappelijk onderzoek presenteren door sport. Het is een geweldige manier om aandacht te houden. Belangrijker is eigenlijk nog dat sport en vooral zeilen een subliem testobject voor wetenschappers is. Atleten presteren onder druk, in een bepaalde periode en hebben minder afleiding dan niet-sporters. En

Erasmus MC en Defensie personeel werken samen aan een innovatieve onderzeeboot. Het programma is ooit bedacht nav zeezeilers en werkdruk.

dat is precies de basis van de Ocean Summit 2019. Op vrijdag 21 juni tijdens Sail Scheveningen ontmoette meer dan honderd mensen in de DutchSail Teambase. Door uiteenlopende sprekers werden ideeën gepresenteerd over kennis en innovaties met betrekking tot schone zeeën. Ook werden de mogelijkheden van toegepast onderzoek gecombineerd met nieuwe hightech futuristische boten. Dit alles met als doel innovaties en nieuwe samenwerkingsverbanden te versnellen. Vanaf de DutchSail Teambase hadden de deelnemers een perfect beeld van de oudere tallships van over de hele wereld.

Bron: topsector water