Het SOP is een bouwsteen van de bredere roadmap van Rijkswaterstaat, industriële partners en kennisinstellingen voor
onderzoek naar de stroomsnelheden en erosie veroorzaakt door schroefstralen van schepen. Het doel van de roadmap is om de belangrijkste ontwerpformules uit PIANC report 180 (2015) voor boegschroeven voor deze snelheden te
optimaliseren en specifiek te maken voor het ontwerp van bodembeschermingen. De fysische processen die ten grondslag liggen aan deze ontwerpformules zijn nog onvoldoende begrepen, waardoor de betrouwbaarheid en het toepassingsbereik van de huidige richtlijnen beperkt zijn. In dit PPS-project willen we de fysische kennis van schroefstraalbelastingen in relatie tot bodembeschermingen verbeteren door een combinatie van in-situ metingen op ware schaal, schaalmodelproeven in het laboratorium en een serie Computational Fluid Dynamics (CFD) berekeningen. In 2020 is er een ware grootte meetcampagne uitgevoerd. Deze metingen breiden we uit met een serie schaalmodelproeven en CFD berekeningen voor situaties die we niet op ware schaal kunnen meten. De verwachting is dat we met deze kennis de ontwerprichtlijnen voor bodembeschermingen kunnen aanscherpen en bovendien beter kunnen onderbouwen. Het schrijven van de nieuwe richtlijnen vindt plaats buiten het PPS-project door de CROW in samenwerking met een reeds opgerichte CROW-werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van Rijkswaterstaat, industriële partners en kennisinstellingen. De verwachte impact van het project is dat met de ontwikkelde kennis bodembeschermingen efficiënter en duurzamer kunnen worden aangelegd en onderhouden. Daarnaast wordt schade en downtime van kades voorkomen als een adequate bodembescherming kan worden aangelegd.

Bekijk het project

In 2016 hebben TNO en Deltares en Rotterdam het initiatief genomen voor de ontwikkeling van een faalkansmodel voor asset management van persleidingen. Vanwege het innovatieve karakter is dit traject opgedeeld in drie fasen:
Fase 1. Proof of principle: ontwikkelen 1e versie faalkansmodel en aantonen dat dit leidt tot een werkbaar principe. Deze fase is succesvol afgerond in 2019.
Fase 2. Proof of concept: Doorontwikkeling in 2e versie faalkansmodel, waarbij het model in conceptueel opzicht compleet wordt gemaakt door een combinatie van verbreden (toevoegen ontbrekende faalmechanismen) en verdiepen (meenemen informatie uit inspecties). In deze fase is het traject op dit moment. In deze fase wordt ook gewerkt aan het beter beschikbaar krijgen van inspectiegegevens en de ontsluiting van deze gegevens in een database.
Na afloop van fase 2 is het faalkansmodel gereed om te worden geïmplementeerd in fase 3 Proof of Producibility, de koppeling van het faalkansmodel aan bestaande asset management systemen en een concept voor de user interface (demonstratie userinterface).
Het faalkansmodel maakt het mogelijk om risicogestuurd asset management van persleidingen te bedrijven, gebruikmakend van gevalideerde fysische en statistische modellen. Daarmee wordt besluitvorming over vervanging en renovatie van persleidingen ondersteund.

Bekijk het project

W:StS is called to develop a technology that will enable Port and Navigational Authorities (and potentially other Authorities managing fine sediments) to rapidly and economically transform dredged sediment into soil. Currently sediment dredged from Gent-Terneuzen Canal is stored in lagoons at the sediment treatment plant of Envisan (Jan de Nul) for their dewatering at drying fields. This dewatering takes months, with usually one individual lagoon being able to treat just two to three sediment batches per year. Preliminary tests funded by Deltares and executed in collaboration with Jan de Nul and Haedes have demonstrated that a certain species of worms, when added to the sediment in the correct proportion and conditions, have the potential to speed up this process up to a factor 2-3 (in the lab initial dewatering happened 12 times faster, but we foresee that operational considerations should result in a final net effect of 2 to 3 times faster, which remains a big advantage). Such increase in rotation of the lagoons would be a revolutionary event in the field of dredged sediment management and its transformation to soil via dewatering, and ultimately to the entire dredging and sediment disposal industry. Our method is passive and would decrease the use of machinery used for drying of the sediments by putting them in windrows (for the particular engineering application discussed here, but in other sediment disposal operations drains and compaction is used; our technology would also constitute a sustainable alternative here). We also expect to have a positive impact in decreasing methane emissions due to the worms ability to oxidize the sediment rapidly. This project is expected to develop the concept of W:StS, which will constitute an improvement to existing methods to transform sediment into soil. The project results aim to inform the design of a prototype treatment at the Envisan Sediment treatment plant.

Bekijk het project

Op een aantal plaatsen in Nederland liggen kwelders en schoren voor de kust. Op de kwelders en schoren vindt aanslibbing van sediment plaats. Het aangeslibde sediment kan ingezet worden als materiaal voor dijkversterking en daarmee worden primaire grondstoffen uitgespaard, transport van materialen vermeden en de emissie van broeikasgassen sterk teruggedrongen. Bovendien bezinkt slib in havens en moet er gebaggerd worden. Verder is de verwachting dat de waterkwaliteit van estuaria, bijvoorbeeld de Eems-Dollard, verbeterd door onttrekking van sediment.
Indien mogelijkheden worden vergroot om dergelijke klei toe te passen ontstaan kansrijke opties om slib, bijvoorbeeld van het Eems-Dollard systeem, uit het water te verwijderen en een nuttige toepassing te geven. Het gebruik van primaire grondstoffen wordt dan tegengegaan, transport van klei wordt beperkt en de emissie van broeikasgassen wordt
teruggedrongen, en tegelijkertijd worden de ecologische omstandigheden van het oppervlakte water en van het gebied verbeterd. Kortom, het project heeft een groot maatschappelijk belang.
Ervaringen in de Kleirijperij laten evenwel zien dat na een periode van drie tot vijf jaar het materiaal waarschijnlijk verwerkbaar in een dijk is, maar het nog niet zal voldoet aan de standaard richtlijn (TR Klei voor dijken) omdat sprake is van een te hoog zoutgehalte en ook een te hoog gehalte aan organische stof. Toch zijn in het verleden dijken met klei afkomstig van de kwelder aangelegd en is gekomen tot een waterveilige dijk. Het onderhavige onderzoek beoogt te komen tot een wetenschappelijke onderbouwing dat een verantwoorde toepassing van dergelijke klei in een waterveilige dijk mogelijk is. Daartoe worden proeven en testen in het laboratorium uitgevoerd met monsters genomen van materiaal afkomstig van de Kleirijperij en van bestaande dijken. Inmiddels is een Proefdijk met dit materiaal aangelegd.
Bovendien zal een parallel verlopende proef in de Deltagoot worden uitgevoerd (Fase 3). Tijdens deze proef, die ondergebracht zal worden in de Kennis en Innovatie (K&I) Agenda van het HWBP, zal een talud worden voorzien van het beoogde materiaal en beproefd worden onder praktijkomstandigheden betreffende golfoploop en golfklappen.
Dit TKI-Project gaat met name over het toetsen / bevestigen van de verwerkbaarheid en de erosiebestendigheid van deze gebiedseigen klei. Het vormt Fase 1 en Fase 2 van de werkzaamheden. Derhalve wordt dit TKI project (Fase 1 en Fase 2), samen met de Deltagootproeven (Fase 3), samen in een HWBP K&I Agenda voorstel gevoegd.

Bekijk het project

Dit samenwerkingsproject richt zich op de wetenschappelijke, technische en praktische aspecten van de beoordeling van risico’s van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor het aquatisch ecosysteem, wanneer deze wordt beschouwd voor een stroomgebied van een rivier in plaats van voor een individueel veld.
Met het oog op toekomstige ontwikkelingen in de landbouw maar ook op de (nieuwe) mogelijkheden van de toepassing van (effect) modellen, wordt binnen dit project gezamenlijk ervaring opgedaan en nieuwe inzichten ontwikkeld over hoe de risico’s te bepalen van gewasbeschermingsmiddelen op de schaal van een stroomgebied.
De volgende vragen worden geadresseerd: Hoe zijn de risico’s modelmatig te kwantificeren? Wat betekent dit voor het conceptuele raamwerk van de risico-evaluatie? En wat dit betekent voor de communicatie van deze risico’s met autoriteiten en publiek?

Bekijk het project

ASSIST aim to develop amnd test a new technology for sub-surface irrigation of crops to save water and reduce operational cost specially adapted (but not limited) for water scarce regions. The core of the project is the application of the Hydrorck technology, blocks of stone wool composed by molten rock that is spun into fibers and formed into a block (100% natural material). This material has te capacity to store and deliver water, acting as a subsurface reservoir of water for plants. Since the material is underground, the direct evaporation is minimised and therefore water eficiency is higher. The project also aim to develop an in-situ remotely monitoring and management system of the irrigation devices. The consroutium is composed by Hydrorock International BV (HR), Smart Farm Sensing (SFS) and Wageningen Environmental and Research (WUR) and is testing the system in a pilot located in Dubai, with the support of the
International Center for Biosaline Agriculture (ICBA)

Bekijk het project

AQUACONNECT is een wetenschappelijk voorstel in voorbereiding
voor NWO-TTW waar een toegepast wetenschappelijke belangrijke
component in zit. Deze TKI aanvraag is voor een aanpalend project
aan de NWO aanvraag, en samen vormen ze het AQUACONNECT
programma.
Gedurende het hele jaar is de beschikbaarheid van zoet water van
vitaal belang voor Nederland voor de drinkwatervoorziening,
landbouw, industrie en natuur. Het robuust houden van het hele
watersysteem, vraagt om ontwikkeling van nieuwe technologieën
en nieuwe maatregelen, die ingepast worden in een aanpast
systeem van waterverdeling en beheer en afgewogen kunnen
worden met behulp van innovatieve digitale technologieën.
AQUACONNECT biedt geïntegreerde systeem- en technologische
oplossingen voor het vergroten van waterbeschikbaarheid voor o.a.
landbouw, drinkwatervoorziening en stedelijk gebied. Op basis van
nieuwe fysieke en maatschappelijke verbindingen die innovatieve
circulaire benaderingen mogelijk maken voor een doelgericht en ondemand aanbod van water op basis van momenteel onbenutte
watervoorraden. Twee belangrijke technologieën – de digitale en
chemische technologieën – worden gecombineerd met innovatieve
oplossingen, systeemoplossingen voor waterbeschikbaarheid en
waterbeheer.
Drinkwaterbedrijf Dunea heeft een bronnenstrategie ontwikkeld om
op de middellange en lange termijn te kunnen zorgen voor
leveringszekerheid. Deze strategie geeft een antwoord op de
voorziene toekomstige uitdagingen met betrekking tot de
beschikbaarheid van de bronnen (Maaswater en Lekwater), en op
de voorziene groei van de bevolking in het voorzieningsgebied. De
strategie gaat uit van vergroting van het bronnen portfolio om de
risico’s van toekomstige innamestops, door calamiteiten of droogte,
te kunnen beheersen. Om deze strategie te realiseren is Dunea
medio 2020 gestart met onderzoek naar twee nieuwe bronnen voor
drinkwater, namelijk brakwater in de duinen en het Valkenburgse
Meer/Oude Rijn systeem. Onderzoek naar innovatieve
zuiveringstechnieken om deze bronnen te kunnen benutten is een
belangrijk onderdeel van beide studies. Voor deze maatregelen
grootschalig geïmplementeerd kunnen worden wil Dunea
verdiepend onderzoek uitvoeren naar de werking van het systeem
en naar digitale en chemische technologieën die de maatregelen en
bedrijfsvoering toetsen en ondersteunen.

Bekijk het project

In de Rijn-Maasmonding (RMM) wordt jaarlijks grote hoeveelheden sediment gebaggerd om de vaarwegen en havens op diepte te houden. Een groot deel van het schone sediment wordt gedeponeerd op loswallen op zee. Het transporteren en re-alloceren van baggerspecie leidt tot milieu- en natuurbelasting, CO2 uitstoot en hoge kosten voor het reguliere baggeronderhoud. Daarnaast is elders in de RMM behoefte aan sediment voor erosiebestrijding, natuurontwikkeling en -herstel, waterveiligheid en het tegengaan van bodemdaling. Tot slot is op de lange termijn sediment nodig om mee te kunnen groeien met toenemende zeespiegelstijging.
De uitdaging is om een deel van het gebaggerd sediment zolang mogelijk in het rivier-kust systeem te houden en nuttig toe te passen voor ecologische en morfologische doelen. Door het gebaggerd sediment dichter bij de winlocatie toe te passen kunnen de onderhoudskosten en de transportkosten dalen en de milieubelasting verminderen en meerwaarde ontstaan voor natuur, biodiversiteit, waterveiligheid en leefbaarheid.

Om de stap te zetten naar een duurzamer sedimentbeheer in de RMM hebben het havenbedrijf Rotterdam, Rijkswaterstaat (WNZ en WVL), het Wereld Natuur Fonds, Natuurmonumenten, het Waterschap Hollandse Delta, Wageningen Marine Research, Deltares en het baggerbedrijf de Vries & van de Wiel het initiatief genomen voor een Proeftuin Duurzaam Sedimentbeheer. Het doel van de proeftuin is het ontwikkelen van een strategie voor duurzaam sedimentmanagement in de Rijn-Maasmonding. Dit doen we door nieuwe opschaalbare inrichtingsconcepten voor het vasthouden en toepassen van sediment met zoveel mogelijk toegevoegde waarde te ontwikkelen die passen bij het economisch belang en de stedelijke context van het gebied. Door deze concepten in verschillende proeflocaties in samenwerking met reeds geplande onderhouds- en ontwikkelprojecten te testen en te monitoren kan de strategie worden getoetst, aangepast en verrijkt.

Bekijk het project

It is impossible and ethically undesirable to experimentally determine the sensitivity of all species present in rivers, lakes and streams everywhere around the world to all chemicals to which they can possibly be exposed. Therefore, a valuable method to help with the assessment environmental safety of chemicals is to extrapolate the known chemical sensitivity of species, for which toxicity has been determined, to species for which the toxicity is unknown. This method is also known as cross-species extrapolation of chemical sensitivity and is aimed at predicting the sensitivity of realistic species assemblages to chemicals. Creating a cross-species extrapolation modelling tool, flexible to different taxonomic and chemical groups, would allow for its incorporation into aquatic risk assessment, where it can assist in the protection of biodiversity.
Therefore, the two main objectives of this new project are: i) to transform an already existing cross-species extrapolation modelling framework into a userfriendly tool that can construct predictive models for multiple aquatic taxonomic and chemical groups, and ii) to deliver a set of case studies that demonstrate how this tool can directly be applied for aquatic water quality and risk assessment purposes.
We expect that this tool could be used to evaluate important modelling aspects for the application of trait and lineage-based models (e.g. exposure duration, effect endpoints), and facilitates their incorporation into ecological risk assessment.

Bekijk het project

Voor het waarborgen van de waterveiligheid van de Nederlandse kust en het beperken van de overstromingsrisico’s speelt kustonderhoud met zandsuppleties een cruciale rol. Dit project gaat nieuwe kennis en ervaring opleveren om deze praktijk te verbeteren met het oog op de toekomst van het kustonderhoud. Dit is noodzakelijk gezien de uitdagingen bij versnelde zeespiegelstijging en toenemende weersextremen. Daarnaast worden ook verbeteringen gevraagd op het gebied van emissies (de ambitie is om het kustonderhoud in 2030 emissieloos uit te voeren) en de ecologische effecten van het winnen en suppleren van zand (onder andere in relatie tot stikstof, bodemleven en dynamisch duinbeheer). Het project bevat daarom kennisontwikkeling voor nieuwe kustonderhoudsconcepten, die op middellange termijn ingezet kunnen worden om de doelstelling van emissieloos suppleren en minder ecologische effecten te behalen. Deze kennis maakt Nederland tegelijkertijd beter voorbereid op (versnelde) zeespiegelstijging na 2050 met mogelijk grotere suppletiebehoefte. Om het kustonderhoud op lange termijn uitvoerbaar te houden en innovaties te versnellen is samenwerking in de driehoek (overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen) cruciaal. Dit project wil hieraan beslissend bijdragen door het ontwerpen en evalueren van concrete alternatieven voor: (1) duurzame en opschaalbare onderhoudsconcepten en uitvoeringsmethoden voor het kustonderhoud en daarbij passend (2) duurzaam samenwerken in de driehoek op basis van slimme samenwerkings- en contractvormen.
We pakken dit aan via ‘het onderzoeken en onderbouwen van een concrete invulling, samenwerkings- en uitvraagvorm voor duurzaam kustonderhoud voor het kustvak IJmuiden-Texel voor een periode van 10-15 jaar die opschaalbaar is voor de lange termijn (na 2050)’. Het kustvak is gekozen omdat het veel fysische kenmerken bevat die representatief zijn voor de Nederlandse kust. Bovendien zal er in de komende jaren en in de verdere toekomst veel gesuppleerd worden. Het tijdvak sluit aan bij de termijn waarop de duurzaamheidsambities verwezenlijkt moeten worden.
Het project doet gericht onderzoek naar het gedrag van het kustvak en onderhoudsconcepten en voegt hieraan het verbinden van de kennis, markt en overheid toe, evenals de focus op een duurzaam, emissievrij en klimaatbestendig kustonderhoud. Hierin onderscheidt het zich ten opzichte van lopende kennis- en uitvoeringsprogramma’s

Bekijk het project