De doelstelling van dit project is een positieve bijdrage te leveren aan het vastleggen van CO2 in kustwateren (Blue Carbon). Dit wordt gerealiseerd door nieuwe kennis te ontwikkelen en slimme koppelingen tussen sectoren te maken, om zodoende koolstofrijke restromen uit de schelpdierkweek (de schelp) in te zetten als waardevolle (nieuwe) grondstof in de betonindustrie. Hiermee wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van een circulaire economie. Het project is uniek doordat het twee sectoren met elkaar verbindt die nu nog geheel gescheiden van elkaar opereren (schelpdierkweek en betonproductie), maar waarbij de gezamenlijke klimaat- en natuur ambities centraal staan.
In het project wordt een gezamenlijke business case ontwikkeld, gestoeld op drie thema’s: (i) Klimaatwinst (CO2 footprint), (ii) Duurzame productievolumes en (ii) Praktijktoepassing en opschaling. Door middel van ketenanalyse, scenario studies, product specificaties en valorisatietrajecten zal gewerkt worden industriële innovatie binnen en tussen beide sectoren. Hierbij is aandacht voor dat de innovatie economische rendabel moet zijn, maar ook het natuurlijk kapitaal en daarmee de duurzaamheid aangetoond wordt. Ook zal een link met het voedselvraagstuk gelegd worden.

Bekijk het project

Nederland staat voor de grote opgave om de transitie van fossiele naar duurzame energie te maken. De doelstellingen van het Klimaatakkoord voor 2030 en 2050 zijn ambitieus en om ze te behalen speelt zonne-energie als duurzame energiebron een belangrijke rol. Voor grootschalige aanleg van zonneparken is ruimte nodig, hierbij wordt gekeken naar zowel het land als water oppervlak. Onlangs publiceerde het ministerie van EZK een Routekaart waarin de kansen en risico’s voor zonne-energie op water worden geschetst. Met ruim 8000 km2 aan binnenwateren liggen er kansen voor ontwikkeling van zonne-energie op zoete wateren vooral in de combinatie met andere gebruiksfuncties (meervoudig ruimtegebruik). Voor het verlenen van een vergunning voor zonneparken op water zijn de effecten op biodiversiteit en waterkwaliteit van groot belang. Duidelijkheid over de gevolgen voor landschap en natuur zal de uitrol van zon op
water helpen, waarmee het voor een versnelling van de energietransitie kan zorgen en een goede inpassing in het landschap. We weten nog weinig van de directe en indirecte effecten op biodiversiteit en waterkwaliteit van zonneparken op water. Daarmee zijn de gevolgen voor de gebruikers en bijbehorende ecosysteemdiensten grotendeels onbekend. De huidige Handreiking (STOWA, 2018) voor vergunningverlening Zon op Water berust op modelberekeningen. Belangrijke vragen zijn: hoe beïnvloeden zonneparken op water het functioneren van het watersysteem, hoe raakt het de biodiversiteit, de kwaliteit van het water en de productie van een watersysteem. Met deze antwoorden willen we de
waterbeheerder van voldoende onderbouwing voorzien om vergunningsaanvragen te kunnen beoordelen en randvoorwaarden te kunnen stellen om de ecologische impact er van te minimaliseren en te voldoen aan de wettelijke kaders (N2000 en KRW). De kennis zal ook initiatiefnemers een goede basis geven om onderbouwde keuzes te maken voor zonneparken op water. In het Nationaal Programma Energie Strategie worden plannen gemaakt in 30 energieregio’s over waar en hoe het best duurzame elektriciteit opgewekt kan worden. Elke regio schrijft een Regionale Energie Strategie (RES) waarin de keuzes worden vastgelegd. In de RES 2.0 (2023) en 3.0 (2025) zal meer dan nu gekeken
worden naar en gekozen worden voor het water. Dus in 2023 en 2025 levert dit project meer feiten om de on)mogelijkheden van zonneparken op water te onderbouwen.

Bekijk het project

In Nederland staat de komende decennia een enorme vervangingsopgave op de agenda waaronder de vervanging en renovatie van ruim 200 natte kunstwerken. Een opgave waar een miljardeninvestering mee gemoeid is, met een significant deel in damwandconstructies. Om de benodigde investering in deze grote hoeveelheid damwandconstructies te kunnen minimaliseren is nieuwe kennis nodig. De veiligheidsfilosofie voor het ontwerp van damwandconstructies in het handboek damwanden CUR166 is aan vernieuwing en verbreding toe. Sinds het verschijnen van het handboek damwanden in 1993 hebben de ontwikkelingen niet stilgestaan. Dit standaardwerk in de geotechniek is inmiddels zo verouderd dat het toe is aan een gehele herziening. Binnen het CROW-project N1498 wordt door circa 20 opdrachtgevers en de marktpartijen gewerkt aan het op basis van bestaande kennis up-to-date brengen van de praktische aspecten van het handboek. Echter voor het onderdeel veiligheidsfilosofie ontbreekt een deel van de benodigde kennis en dient industrieel onderzoek te worden uitgevoerd. Het Havenbedrijf Rotterdam, Fugro, CROW en Deltares gaan samen het onderzoek uitvoeren om te komen tot een herziening en verbreding van de veiligheidsfilosofie voor het ontwerp van damwandconstructies.
Op dit moment worden damwandconstructies nog steeds ontworpen met een 28-jaar oude veiligheidsfilosofie. Bij de introductie van de Eurocode in 2012 heeft Nederland ervoor gekozen om volgens deze oude systematiek damwanden te blijven ontwerpen. De systematiek van de Eurocode is echter een andere en dat leidt tot afstemmingsproblemen en sub-optimalisaties. Het is voorzien dat in 2025 de Eurocode haar eerste grote herziening zal krijgen, dit is een goed moment om de veiligheidsfilosofie voor het ontwerp van damwanden in Nederland te updaten maar ook beter aan te laten sluiten op de Eurocode. Er is onderzoek nodig naar op welke wijze de veiligheidsfilosofie kan worden herzien waarbij onderzocht moet worden op welke wijze nieuwe inzichten en ontwerpmethoden daarin een goede plaats kunnen krijgen. De resultaten van probabilistische analyses van damwandconstructies vormen een van de belangrijkste
pijlers waarop de veiligheidsfilosofie wordt gebaseerd. Voor onverankerde en enkelvoudig ondersteunde damwanden zijn deze analyses reeds beschikbaar. Voor meervoudig ondersteunde dam is echter geen probabilistisch onderzoek beschikbaar waarop een veiligheidsfilosofie kan worden gebaseerd. NB Het herzien van het handboek damwandconstructies zelf valt buiten het PPSproject en wordt opgepakt door de CROW en de reeds opgericht CROW-werkgroep.

Bekijk het project

Binnen hydrologisch Nederland worden NHI en de Waterwijzers Landbouw en Natuur toegepast om effecten van veranderingen in hydrologie, klimaat en maatregelen op het watersysteem, de natuur en landbouw in beeld te brengen. In verschillende studies komen diverse tekortkomingen naar voren. Deltares, WENR en KWR slaan de handen ineen en werken samen met gebruikers aan harmonisatie en verbetering van de modellen. Daarbij wordt een grondige conceptuele verbeterslag doorgevoerd in de modelcodes, gebaseerd op nieuwe robuuste modelconcepten, die op verschillende schaalniveaus en onderling consistent toepasbaar zijn. Onderlinge afstemming van de rekeninstrumenten staat centraal, zodat de gebruikers er geen last van hebben dat modellen zijn opgebouwd uit componenten van verschillende onderzoeksinstellingen.
Nieuwe modelleertechnieken in MODFLOW 6 bieden nieuwe mogelijkheden voor onder meer toepassing van verschillende rekenresoluties en geneste modellen. Om hier optimaal gebruik van te maken worden huidige modelconcepten herijkt, op onderdelen aangepast en uitgebreid. Dit levert nieuwe modules op om bijvoorbeeld
klimaat robuuste maatregelen door te rekenen en biedt mogelijkheden voor beoordeling van maatregelen tegen zowel droogte als wateroverlast.
De ontwikkelingen resulteren in software releases die robuust zijn voor de toekomst, en aansluiten op nieuwe externe ontwikkelingen. Bovendien worden meteen inhoudelijke verbeterslagen doorgevoerd, die al eerder zijn geprioriteerd
samen met de gebruikers.

Bekijk het project

The Netherlands with its long coastline and strong offshore expertise is optimally suited for implementing renewable offshore marine energy solutions. To complement and support the energy transition driven by wind and solar, also wave
and tidal resources should be exploited. A quantification of the role of these resources in the Dutch energy system requires quantifiable wave and tidal resource data as well as production data from the developers in high temporal as well as spatial resolution. The non-availability of this data was one core shortfall identified by TNO in their 2020 study (COMPETES model). In addition to this, EZK stated in the Kamerbrief ‘Energie uit Water’ that more research is needed to make reliable estimations on the technical potential of marine energy in the Dutch North Sea.

Bekijk het project

AQUACONNECT is een wetenschappelijk voorstel in voorbereiding
voor NWO-TTW waar een toegepast wetenschappelijke belangrijke
component in zit. Deze TKI aanvraag is voor een aanpalend project
aan de NWO aanvraag, en samen vormen ze het AQUACONNECT
programma.
Gedurende het hele jaar is de beschikbaarheid van zoet water van
vitaal belang voor Nederland voor de drinkwatervoorziening,
landbouw, industrie en natuur. Het robuust houden van het hele
watersysteem, vraagt om ontwikkeling van nieuwe technologieën
en nieuwe maatregelen, die ingepast worden in een aanpast
systeem van waterverdeling en beheer en afgewogen kunnen
worden met behulp van innovatieve digitale technologieën.
AQUACONNECT biedt geïntegreerde systeem- en technologische
oplossingen voor het vergroten van waterbeschikbaarheid voor o.a.
landbouw, drinkwatervoorziening en stedelijk gebied. Op basis van
nieuwe fysieke en maatschappelijke verbindingen die innovatieve
circulaire benaderingen mogelijk maken voor een doelgericht en ondemand aanbod van water op basis van momenteel onbenutte
watervoorraden. Twee belangrijke technologieën – de digitale en
chemische technologieën – worden gecombineerd met innovatieve
oplossingen, systeemoplossingen voor waterbeschikbaarheid en
waterbeheer.
Drinkwaterbedrijf Dunea heeft een bronnenstrategie ontwikkeld om
op de middellange en lange termijn te kunnen zorgen voor
leveringszekerheid. Deze strategie geeft een antwoord op de
voorziene toekomstige uitdagingen met betrekking tot de
beschikbaarheid van de bronnen (Maaswater en Lekwater), en op
de voorziene groei van de bevolking in het voorzieningsgebied. De
strategie gaat uit van vergroting van het bronnen portfolio om de
risico’s van toekomstige innamestops, door calamiteiten of droogte,
te kunnen beheersen. Om deze strategie te realiseren is Dunea
medio 2020 gestart met onderzoek naar twee nieuwe bronnen voor
drinkwater, namelijk brakwater in de duinen en het Valkenburgse
Meer/Oude Rijn systeem. Onderzoek naar innovatieve
zuiveringstechnieken om deze bronnen te kunnen benutten is een
belangrijk onderdeel van beide studies. Voor deze maatregelen
grootschalig geïmplementeerd kunnen worden wil Dunea
verdiepend onderzoek uitvoeren naar de werking van het systeem
en naar digitale en chemische technologieën die de maatregelen en
bedrijfsvoering toetsen en ondersteunen.

Bekijk het project

In de Rijn-Maasmonding (RMM) wordt jaarlijks grote hoeveelheden sediment gebaggerd om de vaarwegen en havens op diepte te houden. Een groot deel van het schone sediment wordt gedeponeerd op loswallen op zee. Het transporteren en re-alloceren van baggerspecie leidt tot milieu- en natuurbelasting, CO2 uitstoot en hoge kosten voor het reguliere baggeronderhoud. Daarnaast is elders in de RMM behoefte aan sediment voor erosiebestrijding, natuurontwikkeling en -herstel, waterveiligheid en het tegengaan van bodemdaling. Tot slot is op de lange termijn sediment nodig om mee te kunnen groeien met toenemende zeespiegelstijging.
De uitdaging is om een deel van het gebaggerd sediment zolang mogelijk in het rivier-kust systeem te houden en nuttig toe te passen voor ecologische en morfologische doelen. Door het gebaggerd sediment dichter bij de winlocatie toe te passen kunnen de onderhoudskosten en de transportkosten dalen en de milieubelasting verminderen en meerwaarde ontstaan voor natuur, biodiversiteit, waterveiligheid en leefbaarheid.

Om de stap te zetten naar een duurzamer sedimentbeheer in de RMM hebben het havenbedrijf Rotterdam, Rijkswaterstaat (WNZ en WVL), het Wereld Natuur Fonds, Natuurmonumenten, het Waterschap Hollandse Delta, Wageningen Marine Research, Deltares en het baggerbedrijf de Vries & van de Wiel het initiatief genomen voor een Proeftuin Duurzaam Sedimentbeheer. Het doel van de proeftuin is het ontwikkelen van een strategie voor duurzaam sedimentmanagement in de Rijn-Maasmonding. Dit doen we door nieuwe opschaalbare inrichtingsconcepten voor het vasthouden en toepassen van sediment met zoveel mogelijk toegevoegde waarde te ontwikkelen die passen bij het economisch belang en de stedelijke context van het gebied. Door deze concepten in verschillende proeflocaties in samenwerking met reeds geplande onderhouds- en ontwikkelprojecten te testen en te monitoren kan de strategie worden getoetst, aangepast en verrijkt.

Bekijk het project

It is impossible and ethically undesirable to experimentally determine the sensitivity of all species present in rivers, lakes and streams everywhere around the world to all chemicals to which they can possibly be exposed. Therefore, a valuable method to help with the assessment environmental safety of chemicals is to extrapolate the known chemical sensitivity of species, for which toxicity has been determined, to species for which the toxicity is unknown. This method is also known as cross-species extrapolation of chemical sensitivity and is aimed at predicting the sensitivity of realistic species assemblages to chemicals. Creating a cross-species extrapolation modelling tool, flexible to different taxonomic and chemical groups, would allow for its incorporation into aquatic risk assessment, where it can assist in the protection of biodiversity.
Therefore, the two main objectives of this new project are: i) to transform an already existing cross-species extrapolation modelling framework into a userfriendly tool that can construct predictive models for multiple aquatic taxonomic and chemical groups, and ii) to deliver a set of case studies that demonstrate how this tool can directly be applied for aquatic water quality and risk assessment purposes.
We expect that this tool could be used to evaluate important modelling aspects for the application of trait and lineage-based models (e.g. exposure duration, effect endpoints), and facilitates their incorporation into ecological risk assessment.

Bekijk het project

Voor het waarborgen van de waterveiligheid van de Nederlandse kust en het beperken van de overstromingsrisico’s speelt kustonderhoud met zandsuppleties een cruciale rol. Dit project gaat nieuwe kennis en ervaring opleveren om deze praktijk te verbeteren met het oog op de toekomst van het kustonderhoud. Dit is noodzakelijk gezien de uitdagingen bij versnelde zeespiegelstijging en toenemende weersextremen. Daarnaast worden ook verbeteringen gevraagd op het gebied van emissies (de ambitie is om het kustonderhoud in 2030 emissieloos uit te voeren) en de ecologische effecten van het winnen en suppleren van zand (onder andere in relatie tot stikstof, bodemleven en dynamisch duinbeheer). Het project bevat daarom kennisontwikkeling voor nieuwe kustonderhoudsconcepten, die op middellange termijn ingezet kunnen worden om de doelstelling van emissieloos suppleren en minder ecologische effecten te behalen. Deze kennis maakt Nederland tegelijkertijd beter voorbereid op (versnelde) zeespiegelstijging na 2050 met mogelijk grotere suppletiebehoefte. Om het kustonderhoud op lange termijn uitvoerbaar te houden en innovaties te versnellen is samenwerking in de driehoek (overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen) cruciaal. Dit project wil hieraan beslissend bijdragen door het ontwerpen en evalueren van concrete alternatieven voor: (1) duurzame en opschaalbare onderhoudsconcepten en uitvoeringsmethoden voor het kustonderhoud en daarbij passend (2) duurzaam samenwerken in de driehoek op basis van slimme samenwerkings- en contractvormen.
We pakken dit aan via ‘het onderzoeken en onderbouwen van een concrete invulling, samenwerkings- en uitvraagvorm voor duurzaam kustonderhoud voor het kustvak IJmuiden-Texel voor een periode van 10-15 jaar die opschaalbaar is voor de lange termijn (na 2050)’. Het kustvak is gekozen omdat het veel fysische kenmerken bevat die representatief zijn voor de Nederlandse kust. Bovendien zal er in de komende jaren en in de verdere toekomst veel gesuppleerd worden. Het tijdvak sluit aan bij de termijn waarop de duurzaamheidsambities verwezenlijkt moeten worden.
Het project doet gericht onderzoek naar het gedrag van het kustvak en onderhoudsconcepten en voegt hieraan het verbinden van de kennis, markt en overheid toe, evenals de focus op een duurzaam, emissievrij en klimaatbestendig kustonderhoud. Hierin onderscheidt het zich ten opzichte van lopende kennis- en uitvoeringsprogramma’s

Bekijk het project

Het programma Klimaatbestendige stad- duurzaam GWW (Klimaatwerk in uitvoering 2018-2022 fase1 t/m 6) richt zich op wat nodig is voor de uitvoering, de doorvertaling van de nieuwe inzichten en ervaringen naar de uitvoerders (MKB) en hun opdrachtgevers (gemeenten) en het aftasten of de bedachte nieuwe kennis goed uitpakt in de praktijk. In ons gezamenlijke onderzoek proberen we ontwerpregels te maken die klimaatadaptatie zo makkelijk mogelijk maken (gewoon een extra norm –zoals 25cm boven straatpeil bouwen, geen water in woningen bij 60mm, etc), maar ook hittebestendig inrichten met duidelijke richtlijnen als max afstand tot koelte en percentage groen. Daarmee kan iedere herinrichting (uitgevoerd door een aannemer) eenvoudig klimaatbestendig worden. Naast veel nieuwe kennis en inzichten komen er regelmatig nieuwe productinnovaties op de markt in het ruimtelijk domein. Het probleem is
dat deze niet of beperkt worden toegepast. Het systeem heeft moeite productinnovaties te absorberen, bijvoorbeeld omdat het product nog niet wetenschappelijk in de praktijk is getoetst, soms de kosten hoger zijn en de
opbrengsten toevallen aan anderen dan zij die moeten investeren of ver in de toekomst pas hun beslag krijgen.
Deze e.a. nodige technologische oplossingen moeten vergezeld gaan met sociale innovatie en systeemverandering. In de praktijk blijkt namelijk dat het nog niet vanzelfsprekend is dat de beheerder, de aannemers en burgers betrokken worden in het routinematige werk aan klimaatadaptatie en dat gemeenten daarin nog te weinig doen. Het toont aan dat het belangrijk is nog enige tijd flink in te zetten op het betrekken van alle betrokken stakeholders zodat klimaatadaptatie de norm wordt ook in de reguliere meer routinematige werkzaamheden. De nadruk in 2021 (fase 4) ligt op de kennisontwikkeling en praktijktoepassing van deze kennis op de volgende onderwerpen:
1. Waterbergende weg; Wat zijn de voor en nadelen van verschillende soorten ondergrondse berging en met name kan een wegcunet van zand als waterbergende weg dienen?
2. Systeem van groenblauwe daken in Amsterdam: Hoezeer draagt een systeem van blauwgroene daken bij aan klimaatadaptatie?
3. Hittebestendigheid: Hoe pakken de hitterichtlijnen in de praktijk uit en welke bijstelling is nodig. Hoe effectief zijn specifieke hitte-interventies.
4. Hoe zorgen we voor klimaatbestendig groen? Naast kennisontwikkeling wordt de ontwikkelde kennis in de concrete bouwpraktijk toegepast (Samen leren, Samen innoveren) waarbij op een wijze wordt gewerkt dat:
5. Processen van elkaar worden verbeterd en innovaties sneller in projecten worden ingepast (systeem verandering),
6. Praktijkgerichte implementatie van klimaatadaptatie (sociale innovatie/competentie ontwikkeling).
Producten 2021 fase 4:
– Symposia en regionale “Infralokalen” cq webinars
– Publicatie over inzicht in het systeem van groenblauwe daken op hitte in de stad en isolatie panden
– Tussenrapportages Waterbergende weg – Praktijklessen klimaat bestendig inrichten – best practices Website www.BuitenRuimte.info(www.KlimaatwerkinUitvoering.nl en www.hva.nl/klimaatbestendigestad ) Daarmee willen we bereiken dat huidige en toekomstige professionals beter toegerust zijn bij het ontwerpen, inrichten en beheren en onderhouden van de stad. Zie bijlage voor producten en een overzicht van innovaties uit fasen 1 t/m 3.

Bekijk het project