Proeftuin Programmatische Aanpak Grote Wateren

Hoe maken we de Programmatische Aanpak Grote Wateren CO2-neutraal, circulair en kosteneffectiever? Die vraag moet worden beantwoord in de Proeftuin grote wateren van de Topsector Water en Maritiem. Met name het nat grondverzet bepaalt de CO2-voetprint van de projecten. Met een groep kwartiermakers hebben we afgelopen jaar hard gewerkt aan een concreet voorstel voor de proeftuin. We hebben daarbij gebruik gemaakt van de inzichten en ideeën van een groot aantal partijen uit de watersector. De proeftuin heeft 3 onderdelen: [lees dit artikel verder

Gerelateerd nieuws:
Proeftuin voor duurzamer grondverzet op komst, lees verder

Wilt u als mkb-ondernemer samen met anderen aan de slag met innovatieprojecten? Dan is de MIT-regeling mogelijk iets voor u.

De Mkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT) stimuleert innovatie bij het midden- en kleinbedrijf over regiogrenzen heen. Bovendien stimuleert de MIT dat projecten van het mkb beter aansluiten bij de innovatie-agenda’s van de topsectoren

Lees verder voor meer info.

Oproep voor PPS-projecten Landbouw, Water, Voedsel

De topsectoren Agri & Food, Tuinbouw & Uitgangsmaterialen en Water & Maritiem openen op 1 april 2020 hun eerste gezamenlijke oproep voor PPS-projecten die invulling geven aan de nieuwe Kennis- en Innovatieagenda Landbouw, Water, Voedsel. lees verder

In deze roerige tijden delen we graag een mooi nieuwtje. Op 24 maart hebben zich weer 10 (!!) nieuwe partners aangesloten bij ons open innovatieplatform om de digitale transformatie van de watersector verder vorm te geven!

Voor meer info, zie de website van DigiShape

Ir. Bas Reedijk (57), hoofd van de afdeling Water van BAM Infraconsult, is op 4 maart verkozen tot Ingenieur van het Jaar 2020. Hij ontving de zesde Prins Friso Ingenieursprijs bij De Oude Bibliotheek Academy in Delft, in het bijzijn van prinses Beatrix en prinses Mabel. Het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs kent de prijs jaarlijks toe aan de ingenieur die zich onderscheidt in expertise, innoverend vermogen, maatschappelijke impact en ondernemerschap.

Een van de spraakmakende projecten waarbij Bas Reedijk betrokken is geweest, betreft de aanleg van flexibele kribben: stenen dammen die het water in goede banen leiden. Dankzij de dammen houdt een rivier een diepe vaargeul en vormen zich geen ongewenste zandbanken. De kribben die hij bij BAM Infraconsult heeft ontworpen, zijn opgebouwd uit kruisvormige blokken beton, die goed in elkaar haken. Ze laten het water deels door en dat is goed voor de waterflora en om bepaalde vormen van erosie te voorkomen. Ook is er minder beton nodig. Bovendien kunnen deze nieuwe kribben relatief makkelijk worden verplaatst, iets wat bij conventionele kribben lastig is. ‘Onze kribben maken het makkelijker om ze aan te passen aan de eisen die de klimaatverandering met zich meebrengt’, aldus Reedijk uit. ‘Een variant op dit type betonblokken wordt nu ook gebruikt om de Afsluitdijk te verzwaren, eveneens uit voorzorg tegen de klimaatverandering.’

Ingenieur van het Jaar en Publieksprijs
Bas ontving de prijs uit handen van KIVI president Joanne Meyboom. Zij gaf aan dat de jury hem had gekozen vanwege de manier waarop hij zijn opgedane kennis verbindt aan de oplossing. “Zijn ideeën voor een nieuw blok voor dijkversterking werkte hij thuis uit en testte hij in zijn eigen schuur. Het kruisvormige betonblok, het Xbloc, bleek een enorm succes. Wereldwijd zijn in de loop der jaren al meer dan een half miljoen Xblocs geplaatst. Een ogenschijnlijk simpele oplossing, waarvan de jury zich afvraagt waarom het niet eerder is uitgevonden.” Ir. Bas Reedijk bleek ook de favoriet van het publiek, waarmee hij eveneens de publieksprijs in de wacht sleepte.

Bekijk hier het filmpje van de Ingenieur van het Jaar 2020 – Bas Reedijk

Runner-up
Ir. Jelte Kymmell, directeur en eigenaar Mocean Offshore en van de spin-off MO4.
Bekijk hier zijn filmpje.

De derde finalist was dr. ir. Erik Duisterwinkel (33), innovator en data scientist bij Antea Group in Heerenveen.
Bekijk hier zijn filmpje.

De aanleg van een nevengeul creëert een extra habitat voor het leven in de rivier. Maar zo’n nevengeul zorgt er ook voor dat de stroming in de vaargeul vertraagt. Het verwachte gevolg: aanzanding en mogelijke hinder voor de scheepvaart. Maar treedt dat effect wel altijd op? En in welke mate? Pepijn van Denderen, onderzoeker bij de Universiteit Twente, ontwikkelde een onderzoeksmethode om hier antwoord op te geven.

Een nevengeul geeft de rivier meer ruimte en kan zo bijdragen aan hoogwaterveiligheid. Daarnaast vormt een nevengeul een extra habitat in de rivier voor vissen en andere soorten. Vanwege dat laatste is de nevengeul een populaire ingreep bij de afdeling ecologie van Rijkswaterstaat Oost-Nederland (RWS ON). Bij de scheepvaart is het enthousiasme een stuk kleiner, want een nevengeul haalt de snelheid uit de hoofdstroom, wat zorgt voor aanzanding van de rivierbodem. De vaargeul wordt daardoor lokaal ondieper, wat schepen kan hinderen.

Kennisleemte

De realisatie van een nevengeul mag de rivier niet zodanig veranderen dat dit hinder oplevert voor andere partijen, zo stelt de Kaderrichtlijn Water. Rijkswaterstaat houdt daarom bij het maken van plannen rekening met mogelijke aanzanding. ‘We kunnen vooraf berekenen hoeveel aanzanding een nevengeul veroorzaakt. Maar of deze effecten daadwerkelijk ook optreden als de geul er is, konden we nog niet vaststellen’, vertelt Emiel Kater, adviseur rivierkunde bij RWS ON.

Luc Jans, adviseur ecologie en collega van Emiel bij de afdeling netwerkontwikkeling en visie, signaleerde de kennisleemte. De vraag ‘kunnen we achterhalen of aanzanding inderdaad optreedt, en in welke mate?’ kwam via het Platform Rivierkennis terecht bij Pepijn van Denderen, onderzoeker bij Marine and Fluvial Systems Department van de Universiteit Twente.

Ruis in de data weghalen

Hoe is Pepijn te werk gegaan? ‘Sinds 2005 zijn elke twee weken metingen gedaan van de bodemhoogte over de gehele lengte van de Waal. Er was dus een flinke dataset beschikbaar. Maar de crux was: hoe halen we de ruis uit de data?’ De variatie in de bodemhoogte wordt immers niet alleen bepaald door nevengeulen, maar ook door factoren als bodemerosie, plaatsvaste vormen bij onder andere kribben en zich verplaatsende duinen op de rivierbodem. Hoe achterhaal je wat de netto invloed van de aanzanding door nevengeulen op de bodemhoogte is? Hiervoor heeft Pepijn een methode ontwikkeld. ‘Met deze methode kunnen we verschillende ‘golven’ onderscheiden in de bodemhoogte. De wijzigingen als gevolg van bodemerosie vinden bijvoorbeeld plaats over de gehele lengte van de rivierarm, en gaan heel geleidelijk. De veranderingen door aanzanding vinden alleen plaats ter hoogte van de nevengeul, en die treden op in een korte tijdspanne, wat een kortere ‘golflengte’ oplevert.’

Resultaten

Pepijn bracht de verschillende ‘golven’ in de bodemhoogtevariatie in kaart, en wist zo de variatie door nevengeulen te onderscheiden van die door andere oorzaken. Zijn conclusies? ‘Er treedt inderdaad aanzanding op bij nevengeulen, in de door Rijkswaterstaat voorspelde mate.’ Maar de aanzanding vormt geen constant laagje, omdat de rivierbodem steeds in beweging is: bij 10 centimeter aanzanding kan de bodemhoogte lokaal zo’n 70 centimeter hoger zijn.
Emiel Kater reageert: ‘We zijn natuurlijk niet blij met die aanzanding, maar wel met de bevestiging dat onze rekenmethodiek aansluit bij wat we in de praktijk zien. Dit helpt bij de belangenafweging die voorafgaat aan de keuze voor of tegen een nevengeul. Ook kunnen we nu beter uitleggen hoe de aanzanding werkt.’ De methode van Pepijn komt daarnaast nog van pas in andere studies. Emiel: ‘De techniek is toepasbaar bij alle onderzoeken naar grootschalige bodemvariatie.’

Contact

Wil je meer weten over het onderzoek en/of de methodiek van Pepijn van Denderen? Je kunt contact met hem opnemen via r.p.vandenderen@utwente.nl.

Beste genodigde

Graag wil ik u uitnodigen voor het symposium van het programma ROBAMCI , wat van 2015-2019 veel mooie resultaten heeft opgeleverd.

ROBAMCI is de acroniem voor Risk Based AssetManagement for Critical Infrastructures. In het programma ROBAMCI is tussen 2015 en 2019 de toepassing van assetmanagement in de watersector verkend. De kern van asset management is het vinden en bewaren van de balans tussen de kwaliteit, de kwetsbaarheid en de kosten. De afwegingen om deze balans te bewaren worden steeds complexer door o.m. grote vervangingsopgaven, klimaatverandering en aanpassingen van normen. Beslissingen over aanleg, beheer en onderhoud van infrastructuur steeds meer worden onderbouwd met een risico gebaseerde en systeem-georiënteerde aanpak. In het programma ROBAMCI zijn 14 cases uitgevoerd om deze trend voor de watersector te concretiseren en deze aanpak handen en voeten te geven.

Op 11 maart 2020 organiseren we het symposium bij Deltares, mede namens alle 30 partners die hebben meegedaan. Van de 14 case studies laten we zien welke resultaten zijn geboekt en welke kansen de aanpak biedt voor de betrokken beheerder. De beheerder, adviseur en kenniswerker komen alle aan het woord. Er is gelegenheid voor discussie over ROBAMCI en de toekomst van Asset Management, persoonlijke ontmoetingen en voor een ‘markt’plaats waar we nog dieper op de eindresultaten en kansen voor de toekomst in kunnen gaan.

U bent eerder betrokken geweest bij ROBAMCI, maar we denken dat er veel meer mensen geïnteresseerd zijn. Wilt u deze uitnodiging doorsturen aan uw contacten binnen en buiten uw organisatie?

Klik hier om u aan te melden

N.B: Tijdens het evenement zullen foto’s worden gemaakt. Conform de AVG vragen wij hier uw toestemming voor middels het bijgevoegde formulier. Mocht u hier bezwaar tegen hebben kunt u dat ook in het bijgevoegde formulier aangeven.

Namens het hele projectteam heten we u graag welkom op 11 maart 2020 bij Deltares in Delft. Een voorlopig programma is bijgevoegd

Met vriendelijke groet,
Het ROBAMCI team

Uit het co-creatietraject Toekomst Noordersluis dat De Bouwcampus faciliteerde, zijn vijf ideeën ontstaan voor een alternatieve bestemming van de Noordersluis na de ingebruikname van de nieuwe zeesluis in IJmuiden. Tijdens de recente oogstbijeenkomst presenteerden vijf partijen hun idee.  Er is gekeken naar functies van het hele sluizencomplex, breder dan alleen technische oplossingen. De vijf perspectieven zijn verwerkt in de website toekomstnoordersluis.nl.

Oogstbijeenkomst Toekomst Noordersluis

Op dit moment bouwt OpenIJ in opdracht van Rijkswaterstaat de grootste zeesluis ter wereld. De zeesluis vervangt de bijna 100-jarige Noordersluis, die het einde van zijn levensduur nadert. Rijkswaterstaat kan de Noordersluis sluiten nadat de nieuwe zeesluis de taak van de Noordersluis heeft overgenomen. De dichte sluis vormt dan een dijk en een oeververbinding tussen Velsen-Noord en IJmuiden. Maar blijven er met een dichte sluis geen interessante, maatschappelijke kansen liggen? De Bouwcampus faciliteerde een zoektocht naar mogelijke nieuwe functies voor de Noordersluis aan de hand van vier bijeenkomsten waarin respectievelijk het verkennen, verrijken, verdiepen en oogsten van ideeën centraal stond.

Meer invalshoeken
Door de invalshoeken van deskundigen met verschillende achtergronden bij elkaar te brengen, zijn perspectieven naar voren gekomen waar Rijkswaterstaat niet zo snel aan zou denken. Bob Demoet, hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat West-Nederland Noord, sprak tijdens de oogstbijeenkomst zijn dank uit aan alle deelnemers voor hun enorme inzet. “Ik hoopte op invalshoeken vanuit logistiek, maritiem, recreatie en energie en dat is ook gebeurd!” Nynke Sijtma, directeur van De Bouwcampus: ‘Je ziet dat als je op een andere manier probeert na te denken over een vraagstuk, vanuit verschillende hoeken, dat er dan altijd mooie, andere oplossingen uit komen.’

Nieuwe aanpak voor Rijkswaterstaat
Voor Rijkswaterstaat was dit co-creatietraject een nieuwe aanpak en een zoektocht, er is geen stappenplan of procedure vastgelegd. Bij het bedenken van de ideeën gaven zij zo min mogelijk kaders en beperkingen mee. Alle ideeën plus advies over een vervolgtraject biedt Rijkswaterstaat eind 2019 integraal aan het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat aan. Zo inspireren zij het Ministerie om op een andere manier naar de Noordersluis, en andere objecten, te kijken. De opdracht van Rijkswaterstaat is om de waterkering en oeververbinding in stand te houden. Voor alle andere functies zullen zij op zoek moeten gaan naar gezamenlijk opdrachtgeverschap en financierbaarheid. Rijkswaterstaat blijft met de regio in gesprek en zal transparant zijn over de stappen en beslissingen die worden genomen. Begin 2020 staat een terugkomstbijeenkomst gepland om alle belanghebbenden en geïnteresseerden mee te nemen in het vervolg.

De vijf ideeën in het kort

  • WaTERlab: de sluis als bassin om innovaties op het gebied van scheepvaart, sluizenbouw en watermanagement te testen en om de uitwisseling van zout en zoet water te onderzoeken.
  • De Noordersluis Beweegt: als technisch object midden in een duinlandschap kan het een bijzondere plek worden voor recreatie en culturele evenementen.
  • RE-CREATIE: de Noordersluis als ideale ‘flessenhals’ om plastic afval uit het kanaal af te vangen voordat het de zee in zou stromen.
  • BE-Spaarsluis: het opwekken van energie in de waterkolk van de sluis. Daarnaast als overslagpunt voor containers met warmte-energie van Tatasteel en voor het spuien van water.
  •  Sneller, Slimmer en Schoner door de Noordersluis: het behoud van de huidige functie als extra capaciteit. Door het aanbrengen van een derde sluisdeur kan ‘zoutzuiniger’ worden geschut.

Bron: Otar

Bron: topsector water

Laaggelegen kustgebieden zullen vanaf 2050 jaarlijks getroffen worden door extreme gevolgen van de stijgende zeespiegel. Het gaat dan bijvoorbeeld om overstromingen die vroeger maar eens per eeuw voorkwamen. Dit gebeurt zelfs als de uitstoot van broeikasgassen in de komende jaren wordt ingeperkt, schrijven wetenschappers van het VN-klimaatpanel IPCC vandaag in een nieuw rapport.

Het is het eerste verslag van het panel dat alleen over de zeespiegel gaat. Meer dan honderd wetenschappers werkten samen aan het toonaangevende rapport, dat de bevindingen uit bijna zevenduizend recente, wetenschappelijke studies combineert en in Monaco werd gepresenteerd.

Antarctica

Zonder extra maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen af te remmen, zijn de gevolgen van klimaatopwarming ‘zeer verontrustend’, zegt Roderik van de Wal, klimaathoogleraar aan de Universiteit Utrecht en een van de hoofdauteurs van het rapport. In 2100 kan de zeespiegel dan met 1,10 meter zijn gestegen. Dat is 10 centimeter meer dan het IPCC vijf jaar geleden dacht, doordat de ijskap op Antarctica in de afgelopen tien jaar drie keer zo snel kromp als in de tien jaar daarvoor. Op Groenland was dit twee keer zo snel. Ook hebben de oceanen tot nu toe een groot deel van de broeikasgassen en de opwarming van de atmosfeer opgenomen. Dit maakt de oceanen warmer en zuurder, waardoor het water uitzet en de zeespiegel stijgt. Het IPCC schat de stijging nu op 3,66 millimeter per jaar, dat is tweeënhalf keer sneller dan tussen 1900 en 1990.

Geen weg terug

Als gevolg van deze zeespiegelstijging kunnen kuststeden onder water lopen, rivieren opdrogen en kunnen ecosystemen in oceanen ineenstorten door de verzuring. Wereldwijd wonen bijna twee miljard mensen in kustgebieden. Permafrost en gletsjers, een belangrijke waterbron voor een groot deel van de wereldbevolking, smelten. Ook worden de gevolgen van hevige stormen erger, omdat getroffen gebieden sneller overstromen.

Lukt het wel de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en de temperatuurstijging te beperken tot minder dan twee graden, zoals afgesproken in het Parijs-akkoord, dan stijgt het zeewaterpeil tegen het einde van de eeuw met 30 tot 60 centimeter. ‘De grootste versnelling van de stijging verwachten we na 2100’, zegt Van de Wal. ‘Dan is de stijging van de zeespiegel ook meteen zo groot dat het heel erg misgaat. Er is dan geen weg meer terug.’ Als de uitstoot van broeikasgassen niet wordt beperkt, dan kan de zeespiegel in 2300 met meer dan vijf meter zijn gestegen. Het IPCC onderzocht nog niet eerder de gevolgen op zo’n lange termijn.

Migratie

In de komende tientallen jaren heeft de stijgende zeespiegel volgens de hoogleraar vooral effect rond de evenaar. ‘Denk aan Caribische eilanden en delen van Zuid-Amerika en Afrika,’ zegt hij. In de rest van de wereld worden deze gevolgen ook voelbaar door migratie: mensen zullen wegtrekken uit gebieden die onbewoonbaar zijn geworden. ‘Dit is al aan de gang op kleine eilanden, zoals de eilandengroep Tuvalu ten westen van Australië’, zegt Van de Wal.

Verhuizen naar Duitsland

Als de zeespiegel mondiaal stijgt, zal dit natuurlijk ook in Nederland gebeuren. ‘Onze dijken zijn bestand tegen water tot ongeveer vijf meter boven de zeespiegel’, zegt Van de Wal. Maar de hoogleraar waarschuwt voor onze ‘focus op adaptatie’. ‘We praten alleen over de aanpassingen die nodig zijn bij een hogere zeespiegel, over het verhogen van de dijken. Terwijl de enige manier om dit op te lossen het terugdringen van broeikasgassen en het stoppen van klimaatverandering is.’ Dit is moeilijker dan het zoeken naar (lokale) oplossingen voor een zeespiegelstijging, omdat mondiale maatregelen nodig zijn. Maar, nemen we deze maatregelen niet, ‘dan moeten we op termijn bereid zijn om te verhuizen naar Duitsland’.

Bron: FD

Bron: topsector water

De inschrijving van innovaties voor de Waterinnovatieprijs 2019 is geopend.

Het indienen van innovatieve ideeën en nieuwe technieken kan tot 7 oktober. De waterschappen staan te springen om uitdagingen zoals langdurige droogte, wateroverlast door hoosbuien en digitale transformatie met nieuwe innovaties aan te pakken.
De Unie van Waterschappen en de Nederlandse Waterschapsbank reiken de Waterinnovatieprijs uit in de categorieën Waterveiligheid, Schoon water, Voldoende water, en Digitale transformatie.

Digitale transformatie
‘Digitale transformatie’ is een speciale categorie. Om alle kansen te grijpen die de informatiesamenleving de waterschappen biedt, moeten de waterschappen zich steeds sneller aanpassen aan veranderingen in de digitale wereld. Innovaties die dit proces voor de waterschappen kunnen versnellen en versoepelen, zijn daarom erg welkom.

Aanmoedigingsprijs
Naast de reguliere categorieën is er dit jaar ook een aanmoedigingsprijs: De Dromenvanger, voor frisse, vernieuwende ideeën die nog niet in ontwikkeling zijn. Alle innovatieve ideeën kunnen tot 7 oktober worden ingediend via waterinnovatieprijs.nl.

Beter, goedkoper en duurzamer
“Door te innoveren kunnen problemen beter en goedkoper worden opgelost”, zegt Hein Pieper, vicevoorzitter van de Unie van Waterschappen over de prijs. “De waterschappen zijn altijd op zoek naar nieuwe manieren om waterbeheer beter, goedkoper en duurzamer te maken. Met de Waterinnovatieprijs hopen we hiervoor veel goede ideeën binnen te krijgen.”

Deskundige jury
Een deskundige jury beoordeelt de inzendingen op hun innovatieve en duurzame karakter en haalbaarheid als businesscase. De jury staat onder leiding van Lidewijde Ongering, secretaris-generaal van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Prijsuitreiking 12 december
De genomineerden worden op het Deltacongres van 14 november in Goes bekendgemaakt. Daarna krijgt het publiek de kans op hun favoriete innovatie te stemmen voor de Publieksprijs. De feestelijke prijsuitreiking vindt plaats op het Waterinnovatiefestival op 12 december in de Werkspoorkathedraal in Utrecht.

Hier inschrijven