Nieuw project gestart: EZRK

Geplaatst op:

Jaarlijks onderhoudt Nederland de kustlijn met zo’n 11 miljoen kubieke meter zand. Daarvan wordt gemiddeld 10 miljoen m³ binnen uitvoeringsprogramma Kustlijnzorg gesuppleerd en daarbovenop nog circa 1 miljoen m³ bij Maasvlakte 2 en de Hondsbossche Duinen. Het zand wordt op de Noordzee gewonnen en via suppleties op de kust aangebracht. Dit is een flexibele strategie, die afhankelijk van de snelheid van zeespiegelstijging wordt aangepast, en zodoende makkelijk op of af te schalen is. Het natuurlijke karakter van de kust blijft hierbij behouden. De gereedschapskist van kustbeheerders bevat op dit moment een aantal suppletietechnieken, zoals een strandsuppletie, een vooroeversuppletie en een geulwandsuppletie. Ook het uitvoeren van een grote zandsuppletie op de buitendelta en een megasuppletie zoals de Zandmotor behoort tot de mogelijkheden.

Het kustbeheer staat voor belangrijke uitdagingen: naast vragen over zeespiegelstijging en zandbeschikbaarheid op lange termijn, heeft Rijkswaterstaat de ambitie om de bestaande praktijk voor kustonderhoud per 2030 emissievrij te laten plaatsvinden. Met de huidige technologieën lijkt dit doel nog niet realistisch haalbaar. Eerdere projecten en programma’s, waaronder Innovaties in de KustlijnZorg (IKZ) en de ‘Dutch Coastline Challenge’ (DCC), hebben laten zien welke mogelijkheden er zijn om het suppleren zelf te verduurzamen. Een van de optimalisaties voor het kustonderhoud betreft het lokaal emissievrij hergebruiken van zand voor “suppletie hotspots”.

Om te begrijpen waarom dit zinvol is, is een korte inleiding in de werkwijze van het kustonderhoud nodig. Waar in welk jaar zandsuppleties worden uitgevoerd wordt bepaald door lokale ontwikkelingen van de kustlijn. Uit de lokale ontwikkelingen volgt of er onderwater of op het strand wordt gesuppleerd en welk volume zand wordt opgespoten. Het tegengaan van de gevolgen van erosie bij een aantal kustplaatsen vraagt om relatief frequente en omvangrijke suppleties. Daarmee vormen deze kustplaatsen “suppletie hotspots”, net als het strand op de Maasvlakte 2.
De hoeveelheid zand die gemiddeld over meerdere jaren nodig is voor het onderhouden van de kust (de suppletiebehoefte) wordt berekend met de snelheid van zeespiegelstijging in combinatie met lengte van de kustlijn en de interactie met getijdebekkens en zeearmen. De totale omvang van de suppleties langs de kust zou daarom mogelijk omlaag kunnen worden gebracht, maar het blijft nodig om de erosie bij de hotspots tegen te gaan. Dat kan door slim lokaal sedimentbeheer waarbij minder zand vanaf de diepe Noordzee hoeft te worden aangevoerd. De erosie bij de kustplaatsen en de Maasvlakte 2 wordt dan deels bestreden door zand vanaf naastgelegen aanzandingsgebieden aan te voeren (sediment recirculatie).

Op de “suppletie hotspots” wordt het gesuppleerde zand getransporteerd naar naastgelegen gebieden, waar in veel gevallen aanzanding en aangroei van de kust plaatsvindt. Die aangroei is niet altijd noodzakelijk voor de veiligheid, en niet altijd gewenst met het oog op andere functies van de kust. Bij de Maasvlakte 2 draagt het zand bij aan de verondieping in de monding van het Haringvliet als gevolg van de afsluiting van het Haringvliet in het kader van de Deltawerken. Die verondieping heeft onder andere gevolgen voor de recreatie. Dat maakt het zinvol om te verkennen of zand van de aangroeiende delen lokaal kan worden gerecirculeerd naar de locaties met erosie. In het huidige kustbeleid is deze optie nog niet beschikbaar voor de beheerder. Ook de financiering is niet geënt op recirculatie (enkel op verplaatsing van zand van de Noordzee naar de kust).

Dit project verkent deze nieuwe tool voor de kustbeheerder: Emissievrije recirculatie van zand. Een voorbeeldlocatie waar deze aanpak kansrijk kan zijn, is op Maasvlakte 2, vanwege de lokale morfologische ontwikkelingen (Figuur 1). De kop van de Maasvlakte 2 erodeert, terwijl het strand aan de zuidkant uitbouwt. Daar gaat het zand van Maasvlakte 2 op in de grootschalige verandering in de Haringvlietmonding (Figuur 2). Voor het onderhoud van het kustvak Maasvlakte 2 werden in de periode 2014-2024 gemiddeld 470.000 m³ per jaar aan strandsuppleties en 200.000 m³ per jaar aan vooroeversuppleties aangebracht. Daarnaast is de Maasvlakte 2 een aantrekkelijke locatie als experimenteergebied vanwege het overzichtelijke aantal stakeholders en functies. In dit project wordt zowel de technische haalbaarheid als de beleidsmatige en omgevingseisen onderzocht van sediment recirculatie bij de Maasvlakte 2.

Bekijk het project